Klacht over uitschrijving uit de praktijk en weigering zorg tijdens detentie
Gedurende detentie wordt de zorgverzekering van de gedetineerde tijdelijk stopgezet. Het recht op zorg wordt tijdens detentie geregeld en betaald door het Ministerie van Justitie en Veiligheid en uitgevoerd door de medische dienst van de instelling waar de gedetineerde verblijft. Toen klager langer dan één jaar geen actieve zorgverzekering meer had, heeft de huisarts hem uitgeschreven uit de praktijk.
Dit is gebruikelijk in dit soort situaties. De huisarts ontvangt een melding van de beëindiging. Na de beëindiging ontvangt de praktijk geen kwartaalvergoeding meer voor de patiënt. Als de patiënt zich ook niet meer meldt, stuurt de huisartsenpraktijk de patiënt normaal gesproken na een jaar een brief met de mededeling dat hij al een jaar niet meer verzekerd is en dat hij wordt uitgeschreven als patiënt bij de praktijk, tenzij hij zich alsnog meldt. Als op die brief geen reactie komt, wordt de patiënt uitgeschreven. Het dossier blijft echter behouden. De huisarts heeft niet klachtwaardig gehandeld door klager op deze wijze als patiënt bij zijn praktijk uit te schrijven. Van de huisarts kon niet worden verlangd dat hij actief op zoek zou gaan naar klager, toen klager op de hem gezonden brief niet reageerde.
Ongelukkig is dat de uitschrijving niet is gesignaleerd toen klager een afspraak voor een consult maakte. De commissie gaat ervan uit dat de voorgenomen verhuizing van klager op zeer korte termijn voor de waarnemend huisarts de reden is geweest om klager niet te ontvangen, maar te adviseren een andere huisarts te zoeken. Van een spoedeisende situatie, waarin de waarnemer klager niet had mogen wegsturen, is niet gebleken. De klacht is ongegrond.