Uitspraken geschillen huisartsenzorg

Op deze pagina vindt u een overzicht van uitspraken die de geschillencommissie na behandeling van eerdere geschillen heeft gedaan. Staat er een geschil bij dat lijkt op uw geschil? Dan kunt u de uitspraak lezen en zo enigszins inschatten hoe de geschillencommissie mogelijk zal oordelen over uw geschil.

Uitspraken Disclaimer:

U kunt geen rechten ontlenen aan ons uitsprakenoverzicht. Elke klacht wordt door de commissie afzonderlijk beoordeeld op basis van de specifieke feiten en omstandigheden.

20180107 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster is van mening dat de dienstdoende huisarts en triagiste van verweerder de diagnose appendicitis hebben gemist. Klaagster denkt dat bij eerder handelen de gevolgen minder ernstig zouden zijn geweest.
Op zichzelf behoeft het missen van de juiste diagnose –als dit al vast komt te staan- niet doorslaggevend te zijn voor het slagen van de klacht. De klacht is pas gegrond als vast komt te staan dat de wijze waarop verweerder tot de onjuiste diagnose is gekomen in strijd is met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame beroepsgenoot mag worden verwacht. De door klaagster ingediende klacht over de gemiste diagnose moet uitsluitend worden beoordeeld in het licht van wat er ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen bekend was en bekend kon zijn. Dit betekent dat bij de beoordeling van het handelen van de dienstdoende huisarts geen rekening kan worden gehouden met hetgeen later bekend werd. Ook achteraf valt niet vast te stellen dat tijdens het consult al sprake was van een blindedarmontsteking. De commissie verklaart de klacht van klaagster ongegrond.

Datum uitspraak: 25-06-2019
Datum publicatie: 31-07-2019
Referentie: 20180107

2018015 1 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster verwijt verweerster dat de huisarts in opleiding (hierna: AIOS) een infuus verkeerd heeft geprikt, waardoor een zenuw is beschadigd.
De commissie is van oordeel dat (de AIOS van) verweerster de ingreep heeft uitgevoerd conform de daarvoor aanvaarde norm in de beroepsgroep. Dat daarbij mogelijk een zenuw is geraakt is naar het oordeel van de commissie niet gerelateerd aan een onzorgvuldig handelen van verweerster. In die zin betreft het geen fout maar een (zeer zeldzaam voorkomende) complicatie van de behandeling. Verweerster valt op dit punt geen verwijt te maken.
Voor zover klacht zo zou moeten worden uitgelegd dat klaagster niet vooraf is geïnformeerd over de kans op een dergelijke complicatie geldt het volgende.
In de tuchtrechtspraak is de norm bepaald dat bij het informeren ook voorlichting hoort aangaande die risico’s en complicaties die zich kunnen voordoen bij die specifieke ingreep. Hiervoor geldt dat een arts de patiënt dient te informeren over de normale, voorzienbare risico’s van de behandeling. Een arts hoeft niet op alle mogelijke risico’s te wijzen. Welke risico’s moeten worden genoemd zal afhangen van de omstandigheden van het geval. De aard van het risico (blijvend letsel of ongemak van voorbijgaande aard) en de kans dat het risico zich verwezenlijkt (het incidentiepercentage) zijn daarbij belangrijke factoren. De informatieplicht zal in omvang toenemen naarmate het gaat om medisch niet of minder noodzakelijke ingrepen. Voorts zal de informatieplicht zwaarder tellen naarmate de behandelmethoden minder conventioneel zijn. De commissie ziet geen aanleiding in het kader van deze geschillenprocedure een andere maatstaf aan te leggen. De commissie verklaart de klacht van klaagster ongegrond.

Datum uitspraak: 25-06-2019
Datum publicatie: 31-07-2019
Referentie: 20180151

20190010 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klager verwijt verweerder dat hij hem na ontvangst van een brief van de cardioloog niet direct heeft verwezen naar een longarts. Klager vindt dat verweerder had moeten begrijpen dat er sprake was van een aandoening van niet cardiologische aard.
De commissie stelt vast dat in voornoemde brief een echo wordt beschreven die zelf niet ter beschikking stond van verweerder. Het beoordelen van een echo behoort daarnaast niet tot het specialisme van een huisarts. Daarbij geldt dat dit onderzoek ook niet plaats vond op initiatief van verweerder. Er werd in deze brief ook niet verzocht aan verweerder om verdere actie te ondernemen. Dergelijke brieven worden verstuurd om de eerste lijn op de hoogte te houden van wat plaatsvindt in de tweede lijn. De commissie is van oordeel dat indien de cardioloog van mening was dat er naar aanleiding van de echo verder onderzoek had moeten plaatsvinden -en het zijn bedoeling was klager daarvoor terug te verwijzen naar de eerste lijn-, dit expliciet had dienen te gebeuren. Van verweerder, die een brief ontving van een specialist, zonder een directe opdracht aan hem hoefde naar het oordeel van de commissie niet verwacht te worden dat hij zelfstandig actie onderneemt. De commissie verklaart de klacht ongegrond.

Datum uitspraak: 25-06-2019
Datum publicatie: 31-07-2019
Referentie: 20190010

20180165 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster verwijt verweerder dat hij:
1. het advies van [naam zorgaanbieder] en diverse internisten om vitamine B12 injecties toe te dienen negeert.
De vitamine B12 waarde van klaagster was in november 2017 228. In de brief van de [naam zorgaanbieder] wordt gesproken van een vitamine B12 waarde van 234. Op grond van de richtlijn is een vitamine B12 tekort met deze waarden onwaarschijnlijk. Daarnaast was er sprake van een Hb van 8,9, er was daarmee geen sprake van anemie (bloedarmoede). Er was bij klaagster geen sprake van vitamine B12 waarden lager dan 148 pmol/l. Er was om die reden dan ook geen indicatie voor het geven van vitamine B12 injecties. De richtlijn geeft verder aan, dat als bij patiënten met een laag-normale B12-spiegel sprake is van klachten die suggestief zijn voor een vitamine-B12-tekort, een proefbehandeling met oraal vitamine B12 kan worden overwogen. In die situatie zijn echter injecties niet geïndiceerd maar is de eerst aangewezen behandeling orale toediening. Verweerder heeft conform de richtlijnen gehandeld. De commissie verklaart dit klachtonderdeel ongegrond.
2. behandeling met B12 injecties kwakzalverij noemt.
Verweerder heeft onvoldoende duidelijk gecommuniceerd met klaagster over zijn overwegingen om niet over te gaan tot het geven van vitamine B12 injecties. Het ware beter geweest, als verweerder had uitgelegd dat dit handelen wetenschappelijk niet bewezen is en daarbij niet conform de professionele standaard is. Inhoudelijk heeft verweerder gelijk, echter de kwetsbaarheid van klaagster en het feit dat zijn waarnemer wel overgegaan is tot het geven van vitamine B12 injecties, is reden om duidelijk te bespreken met klaagster, waarom hij niet wilde voldoen aan de uitdrukkelijke wens van klaagster om over te gaan tot het geven van vitamine B12 injecties. Verweerder had beter kunnen verwijzen naar het bestaande NHG-standpunt, in plaats van naar een door klaagster als kwetsend ervaren artikel. De commissie acht dit klachtonderdeel gegrond.

Datum uitspraak: 26-04-2019
Datum publicatie: 23-07-2019
Referentie: 20180165/HAN

20180132 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klagers vinden dat verweerder:
1. tekort is geschoten in de zorg door de patiënt niet te laten opnemen toen er sprake was van aanhoudende diarree;
2. zich onbeschoft heeft gedragen richting de patiënt en haar familie.
Klachtonderdeel 1 wordt gegrond verklaard door de commissie omdat verweerder geen lichamelijk onderzoek heeft verricht, niet duidelijk is of het medicatiebeleid is aangepast en er geen adviezen zijn genoteerd in het journaal. Verweerder is tekort is geschoten in de zorg in de periode waarin de patiënt met kanker en die net chemo had gehad, diarreeklachten had.
Klachtonderdeel 2 wordt ongegrond verklaard, omdat de lezingen van partijen verschillen.

Datum uitspraak: 13-05-2019
Datum publicatie: 08-07-2019
Referentie: 20180132/HAZ

20180103 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster verwijt verweerster het voorschrijven van Ciprofloxacine zonder onderzoek of urinetest, waardoor zij nu last heeft van ernstige bijwerkingen van de medicatie, waaronder Fibromyalgie.

Verweerster beschikt niet meer over het medisch dossier van klaagster, nu zij niet meer de behandelend huisarts is. Het medisch dossier is conform de geldende richtlijnen overgedragen aan de opvolgend huisarts door verweerster. Opvragen bij de twee opvolgend huisartsen door de commissie is zonder resultaat gebleven.

Wil de commissie een klacht gegrond kunnen verklaren en partijen verschillen van mening over hetgeen is voorgevallen, is noodzakelijk dat de feiten onomstotelijk komen vast te staan. Aanvullend bewijs voor de lezing van klaagster is nodig. Aanvullend bewijs is bijvoorbeeld het medisch dossier. Nu er geen aanvullend bewijs is, kan niet beoordeeld worden of er Ciprofloxacine is voorgeschreven zoals klaagster stelt, of dit op terechte gronden is voorgeschreven en of dit gebeurd is zonder dat er sprake was van urineonderzoek of medisch onderzoek. Om die reden kan niet beoordeeld worden of onjuist gehandeld is. De klacht van klaagster is om die reden ongegrond.

Datum uitspraak: 13-05-2019
Datum publicatie: 08-07-2019
Referentie: 20180103

20180135 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster verwijt verweerder dat:
1. hij geen waarnemende huisartsenzorg meer wilde verlenen aan klaagster, als gevolg daarvan is klaagster verzocht zich tot een andere huisartsenpraktijk te wenden;
2. hij een brief (van 16 augustus 2018) heeft gevoegd bij een verwijzing die aan klaagsters echtgenoot is meegegeven.

Klachtonderdeel 1 wordt ongegrond verklaard. Voor de waarnemer geldt dat er veelal een duurovereenkomst tussen de waarnemer (verweerder) en degene voor wie waargenomen wordt (de vaste huisarts van klaagster) bestaat. Daarnaast ontstaan er –telkens als er een beroep op degene die waarneemt wordt gedaan- kortdurende behandelovereenkomsten tussen hem en de patiënt. Die behandelovereenkomsten worden beheerst door de richtlijnen die daarover bestaan, inclusief de KNMG Richtlijn omtrent het niet-aangaan en beëindigen van een behandelovereenkomst. Verweerder stelt dat er onvoldoende vertrouwen bestaat om in de toekomst weer een behandelovereenkomst aan te gaan. Dat klaagster dat anders beleeft, maakt het ontbreken van een vertrouwensband niet anders.
Klachtonderdeel 2 wordt gegrond verklaard. Door een brief (zonder toestemming) mee te geven aan een ander dan klaagster, heeft verweerder zijn beroepsgeheim geschonden.

Datum uitspraak: 13-05-2019
Datum publicatie: 08-07-2019
Referentie: 20180135/HAZ

20180127 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster voelt zich niet serieus genomen door verweerder en er heeft geen directe verwijzing naar het ziekenhuis plaatsgevonden.

Er zijn twee contactmomenten tussen klaagster en verweerder (een huisartsenpost) geweest: een telefonisch contact dat geëindigd is in een zelfstandig advies van de triagiste en –een dag later- een consult bij de dienstdoende huisarts van verweerder.
Klaagster had rugpijn door een val. De triagiste heeft terecht als ingangsklacht genoteerd ‘trauma rugletsel’. Niet te rijmen valt dat vervolgens is ingevuld ‘trauma: nee’. Dit heeft tot gevolg gehad dat er een lagere urgentiewaardering plaatsvond, namelijk U5 in plaats van U3, waardoor klaagster niet daaropvolgend is gezien door (een huisarts van) verweerder. Dit maakt dat de commissie van oordeel is dat de klachten van klaagster onvoldoende serieus zijn genomen zodat de klacht in zoverre gegrond is.

De commissie stelt vast dat de dienstdoende huisarts bij het tweede contact klaagster heeft verwezen voor een röntgenfoto naar het ziekenhuis.
De dienstdoende huisarts heeft daar geen datum of dag aan heeft gekoppeld en evenmin een terugkomadvies. Ook de gedachtegang van de dienstdoende huisarts waarom het maken van een foto geen directe haast had in zijn opinie, ontbreekt in het waarneembericht. Het ware –vanuit zijn professionele rol- beter geweest als de dienstdoende huisarts regie had behouden op de vervolgstappen.
In het verweer wordt verwezen wordt naar NHG-standaarden en richtlijnen (onder andere de richtlijn osteoporose) die op de situatie van klaagster niet van toepassing zijn. Een en ander laat twijfels bestaan over het toepassen van het juiste beoordelingskader in deze zaak. Dit maakt de klacht voor dit contactmoment echter niet gegrond. Immers, de dienstdoende huisarts heeft klaagster verwezen voor een röntgenfoto.

Datum uitspraak: 13-05-2019
Datum publicatie: 04-07-2019
Referentie: 20180127/HAZ

20180117 Tussenuitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster verwijt verweerder onzorgvuldig te hebben gehandeld door een brandwond met zalf (zilversulfadiazinecrème) te behandelen en daarbij zijn handen niet te hebben ontsmet. Afdekking van de brandwond zou niet nodig zijn. Voor de beoordeling van de klacht wordt de NHG behandelrichtlijn brandwonden gehanteerd, waarbij het gebruik van zilversulfadiazinecrème bij eerste – en tweedegraads brandwonden wordt afgeraden. Tevens dient een tweedegraads brandwond te worden afgedekt. Daarbij is in het waarneembericht niet het advies opgenomen om de wond te laten controleren binnen 24 - 48 uur en wat te doen bij een toename van de pijnklachten. De geschillencommissie gaat er vanuit dat er daarom geen follow-up afspraken zijn gemaakt. De klacht wordt gegrond verklaard.
Klaagster vraagt om schadevergoeding. De geschillencommissie stelt klaagster in de gelegenheid haar schade nader te onderbouwen.

Datum uitspraak: 28-03-2019
Datum publicatie: 22-08-2019
Referentie: 20180117

20180117 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster vordert materiële en immateriële schadevergoeding ten gevolge van onjuist handelen van verweerder. Centraal staat de vraag of er causaal verband kan worden aangetoond tussen de schade (posten) en het klachtwaardig handelen. Door het niet goed handelen van verweerder is de kans vergroot op het ontstaan van een infectie en daarbij de kans toegenomen op een langer genezingsproces.
Bij de beoordeling van de immateriële schade (art. 6:106 BW), sluit de commissie zoveel mogelijk aan bij het normenkader in de civiele rechtspraak, de jurisprudentie en de Richtlijnen van de letselschaderaad. De commissie komt daarbij tot het toekennen van een immateriële schadevergoeding van € 250,-. Verweerder is in het ongelijk gesteld en dient de kosten van het door klaagster betaalde griffierecht ad € 125,- te betalen. Voor de beoordeling van materiële schade is onvoldoende causaal verband aangetoond door klaagster.

Datum uitspraak: 08-05-2019
Datum publicatie: 22-08-2019
Referentie: 20180117

20180155 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Volgens klager had verweerder hem nader moeten testen op seksueel overdraagbare aandoeningen, bij een consult voor een test op het HPV virus en de behandeling van genitale wratten. Klager bleek later Chlamydia te hebben, waarbij zich geen klachten openbaarden, en stelt zijn partner te hebben besmet.
Uit de NHG standaard ‘het SOA consult’ blijkt dat het aanbieden van een SOA test geen verplichting is, maar een advies. Het ligt echter op de weg van de huisarts als deskundig zorgverlener om een risico-inschatting van de situatie van de klager te maken. Daarvoor was aanleiding, gezien leeftijd en sociaal leven van klager en consulten in voorgaande jaren. De commissie acht dit onderdeel gegrond.
De commissie acht een causaal verband tussen het achterwege blijven van de SOA-test en de gestelde besmetting van de partner van klager niet bewezen.

Datum uitspraak: 12-06-2019
Datum publicatie: 22-08-2019
Referentie: 20180155

20180141 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Volgens klager heeft de triagiste van huisartsenpost zijn minderjarige broer niet juist behandeld door niet afdoende te reageren op het ziektebeeld, de urgentie niet goed in te schatten en onprofessioneel en onbeleefd gedrag te vertonen. De commissie is van oordeel dat de triage naar behoren is uitgevoerd. De patiënt is binnen een half uur na binnenkomst op de HAP behandeld. Deze klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Het klachtonderdeel met betrekking tot de bejegening is gegrond. De commissie oordeelt dat ook in gespannen situaties van medewerkers mag worden verwacht dat zij zich professioneel opstellen.

Datum uitspraak: 12-06-2019
Datum publicatie: 22-08-2019
Referentie: 20180141

20180169 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster voelt zich niet serieus genomen bij de behandeling van aandoeningen aan haar voeten. Een test op een schimmelinfectie had geen resultaat. In haar land van herkomst heeft zij van een arts medicatie gekregen voor een schimmelinfectie, die verbetering opleverde. De huisarts in Nederland wilde die medicatie niet uitschrijven. De huisarts en een collega waren weinig empathisch. Naar het oordeel van de commissie heeft de huisarts klaagster zorgvuldig behandeld. Beide huisartsen mochten klaagster aanspreken op haar gedrag. De zorgaanbieder mocht klaagster verder aanspreken op een ten onrechte gevraagde en gekregen griepprik. De klachten zijn ongegrond; schadevergoeding afgewezen.

Datum uitspraak: 12-06-2019
Datum publicatie: 22-08-2019
Referentie: 20180169

20180099 Tussenuitspraak geschillencommissie huisartsenzorg

Klaagster verwijt verweerder dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld, door haar rugklachten niet serieus te nemen, niet te behandelen en haar niet te verwijzen naar een specialist of een MRI te laten maken. Na toename van de klachten, waarbij sprake was van erge pijn en uitvalsverschijnselen, zijn door verweerder geen goede follow up afspraken gemaakt, waardoor een collega van verweerder onvoldoende op de hoogte was. Er is een delay van 4 dagen ontstaan alvorens te verwijzen naar een neuroloog. De klacht wordt gegrond verklaard.
Klaagster vordert een schadevergoeding van € 25.000,-. Na de tussenuitspraak is ter zitting over de hoogte van de mogelijke schade een schikking getroffen.

Datum uitspraak: 13-02-2019
Datum publicatie: 05-06-2019
Referentie: 20180099

20180076 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht over ontoereikende behandeling van diverse klachten afgewezen. Geen causaal verband tussen voorgeschreven medicatie en psychiatrische behandeling. Toereikende bewaking van medicatie. Voldoende informatie bij verwijzing naar psychiater. Schadevergoeding afgewezen.

Datum uitspraak: 18-01-2019
Datum publicatie: 14-05-2019
Referentie: 20180076

20180082 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht over bejegening door huisarts afgewezen. Onvoldoende onderbouwd dat de huisarts patiënt heeft geschoffeerd en daarmee heeft genoodzaakt zich te laten uitschrijven. Schadevergoeding afgewezen.

Datum uitspraak: 10-01-2019
Datum publicatie: 14-05-2019
Referentie: 20180082

20180061 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht over datalek ongegrond. Niet staat vast dat de huisarts het medisch dossier van patiënte zonder haar toestemming heeft verstuurd naar de praktijk waar zij zelf werkte. Spirometrietest ten onrechte wel verstuurd, maar klaagster heeft geen nadeel ondervonden. Ion-melding door klaagster zelf gedaan; geen verwijt aan huisarts. Schadevergoeding afgewezen.

Datum uitspraak: 10-01-2019
Datum publicatie: 14-05-2019
Referentie: 20180061

20180120 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht over ontoereikende behandeling van prostaatkanker. Klacht niet verjaard; wel ongegrond. PSA-waarden regelmatig gemeten; verwijzing naar uroloog. Voor de huisarts geen reden om biopt af te nemen. Schadevergoeding afgewezen.

Datum uitspraak: 04-03-2019
Datum publicatie: 14-05-2019
Referentie: 20180120

20180092 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht over ontoereikende behandeling van overleden echtgenoot van klaagster afgewezen. Klaagster heeft zonder instemming van de patiënt zelf geen aanspraak op afgifte van zijn medisch dossier. Uit de overgelegde gegevens blijkt voldoende dat de huisarts de echtgenoot toereikende behandeling en verwijzing heeft aangebonden, maar dat hij daarvan geen gebruik heeft gemaakt.

Datum uitspraak: 17-12-2018
Datum publicatie: 14-05-2019
Referentie: 20180092

20180008 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht over ontoereikende behandeling van vrijwel terminale patiënt deels gegrond. De huisarts had een grondiger eigen onderzoek moeten uitvoeren en moeten aandringen op ziekenhuisopname. Haar verslaglegging was beperkt, waardoor waarneming werd bemoeilijkt. Geen terecht verwijt dat de huisarts niet heeft meegeholpen bij de transfer uit het ziekenhuis naar een hospice, wel dat zij patiënt niet kort nadien in het hospice heeft bezocht. Zonder sluitende machtiging geen plicht om het medisch dossier aan stiefzoon af te geven. Zoon als nabestaande ontvankelijk in klacht. Schadevergoeding afgewezen.

Datum uitspraak: 28-01-2019
Datum publicatie: 14-05-2019
Referentie: 20180008

20180095 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht over weigering van huisbezoek door HAP ongegrond. Bij de triage zijn passende vragen gesteld; HAP kon in redelijkheid beslissen dat klager zelf naar de post kon komen, eventueel door zich te laten rijden. Klacht over de klachtafhandeling gegrond, want onzorgvuldig gedaan.

Datum uitspraak: 25-02-2019
Datum publicatie: 14-05-2019
Referentie: 20180095

20180038 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht over inadequate behandelingen afgewezen. Verwijzing naar maatschappelijk werk geen verantwoordelijkheid van huisarts. Klaagster heeft na ontheffing uit het gezag geen belang bij klacht over behandeling van haar zoon. Adequate verwijzing patiënt naar psychiater; huisarts niet verantwoordelijk voor wachtlijst. Schadevergoeding afgewezen.

Datum uitspraak: 10-01-2019
Datum publicatie: 14-05-2019
Referentie: 20180038

20180091 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Ongegronde klacht inhoudende niet tijdige verwijzing en niet serieus nemen pijnklachten aan linkervoet. Gevorderde schadevergoeding afgewezen. Zorgvuldig onderzoek door huisarts zoals blijkend uit journaal. Medisch correct en adequaat gehandeld bij distorsie van de linkervoet. Verklaringen klaagster over oorzaak pijnklachten inconsequent en niet consistent. Gestelde fractuur blijkt niet uit de stukken.

Datum uitspraak: 09-11-2018
Datum publicatie: 14-05-2019
Referentie: 20180091

20180067 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht over niet tijdig beantwoorden verzoek UWV om medische informatie deels gegrond verklaard. Geen verplichting huisarts informatie te verstrekken aan UWV. Huisarts in dit geval maatschappelijk onzorgvuldig gehandeld nu aan patiënt herhaaldelijk werd toegezegd dat informatie zou worden verstrekt. Schadevergoeding wegens gemaakte kosten voor bijwonen zitting afgewezen wegens ontbreken causaal verband tussen houden zitting en niet verstrekken informatie.

Datum uitspraak: 09-11-2018
Datum publicatie: 14-05-2019
Referentie: 20180067

20180100 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht over nalaten van foto van pols van 5-jarige zoon van klaagster ongegrond. Fysiek onderzoek voldoende zorgvuldig uitgevoerd; toen onvoldoende verdenking van breuk. Verantwoordelijkheid van de huisarts om verdergaand onderzoek te laten uitvoeren. Later gebleken breuk maakt het oordeel over het eerste onderzoek niet anders. Schadevergoeding afgewezen.

Datum uitspraak: 04-03-2019
Datum publicatie: 14-05-2019
Referentie: 20180100

20180075 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht over onzorgvuldige behandeling van maagklachten door arts in opleiding. Zorgvuldig onderzoek uitgevoerd, redelijkerwijs toereikende diagnose gesteld, dezelfde dag bevestigd door een HAP. Latere gegevens van opname in het buitenland onvoldoende relevant. Derdejaars aios bevoegd om consult uit te voeren. Klacht ongegrond; schadevergoeding afgewezen.

Datum uitspraak: 17-04-2019
Datum publicatie: 14-05-2019
Referentie: 20180075

20180146 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klachten: a) telefonische weigering om de HAP te bezoeken, b) slechte telefonische bereikbaarheid HAP, c) onzorgvuldige klachtafhandeling door HAP. Ad a: triagiste heeft voldoende uitvraag gedaan en kon conform richtlijnen tot de weigering komen. Ad b: slechte bereikbaarheid onvoldoende weersproken. Ad c: afhandeling klacht ontijdig en onzorgvuldig. Klachten B en C gegrond

Datum uitspraak: 17-04-2019
Datum publicatie: 14-05-2019
Referentie: 20180146

20180131 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Verwijt dat ten onrechte niet is verwezen naar neuroloog ongegrond. Vordering schadevergoeding afgewezen. Klacht over boosheid huisarts gegrond. Het is aan de arts om te beoordelen of verwijzing geïndiceerd is en daar op goede gronden over te beslissen. In casu zorgvuldige besluitvorming huisarts. Communicatie niet goed verlopen. Hogere eisen aan professional zoals huisarts om communicatie in goed banen te leiden.

Datum uitspraak: 30-04-2019
Datum publicatie: 14-05-2019
Referentie: 20180131

20180130 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht dat huisarts niet onverdoofd incisie had moeten zetten in ontstoken talgklier ongegrond. Onverdoofd incisie zetten behoort tot normaal medisch handelen huisarts. Geen verwijzing nodig. Behoort tot domein huisartsenzorg dergelijke ingrepen zelf te verrichten. Geen sprake van medisch onzorgvuldig handelen

Datum uitspraak: 30-04-2019
Datum publicatie: 14-05-2019
Referentie: 20180130

20180079 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht dat huisarts de klachten van patiënt niet serieus heeft genomen en de patiënt is overleden ten gevolge van fout huisarts is ongegrond. Uit het journaal blijkt dat de huisarts patiënt veelvuldig heeft gezien, steeds serieus is ingegaan op de klachten van patiënt, patiënt regelmatig heeft verwezen naar specialisten en dat sprake is van zorgvuldige dossiervorming.

Datum uitspraak: 21-01-2019
Datum publicatie: 04-05-2019
Referentie: 20180079

20180104 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Ongegronde klacht dat huisarts zonder toestemming een e-mail aan de dochter van klager heeft gestuurd en dat klager geen toestemming heeft verleend dat een student geneeskunde aanwezig was bij een consult. Klager spreekt zichzelf tegen nu hij wel toegeeft het e-mailadres te hebben verstrekt aan de huisarts. Commissie gaat uit van toestemming voor het aanwezig zijn van de student bij consult nu klager niet heeft weersproken de stelling van huisarts dat hij zoals gebruikelijk toestemming heeft gevraagd en verkregen.

Datum uitspraak: 21-01-2019
Datum publicatie: 04-05-2019
Referentie: 20180104

20180083 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klager verwijt de huisarts dat zij het papieren dossier van klager is kwijtgeraakt en dat zij daardoor geen adequate zorg heeft ontvangen. De huisarts meent allereerst dat klager niet-ontvankelijk is in de klacht. Er is echter een schriftelijke reactie van de huisarts op de klacht zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid Wkkgz. Klager is daarmee ontvankelijk in zijn klacht. De klacht zelf is ongegrond. Wat de gang van zaken rond de overdracht van het dossier betreft spreken klager en huisarts elkaar tegen en zijn er geen andere aanknopingspunten om te kunnen vaststellen wie gelijk heeft. De commissie kan daarmee niet vaststellen of de huisarts klachtwaardig heeft gehandeld. Wat de klacht over adequate zorg betreft heeft klager geweigerd de huisarts inzage te geven in de medische gegevens. Wel heeft hij toestemming gegeven dat de commissie daar inzage in had, maar dat zou een ongelijkheid tussen partijen en schending van hoor en wederhoor opleveren. De feiten rond de zorg kunnen dus niet beoordeeld worden zodat niet vastgesteld kan worden dat er klachtwaardig is gehandeld.

Datum uitspraak: 20-02-2019
Datum publicatie: 01-05-2019
Referentie: 20180083

20180126 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klager klaagt erover dat de assistente van de huisarts de klachten van klager niet serieus heeft genomen, waardoor niet direct is ontdekt dat klagers enkel was gebroken. Bij de beoordeling slaat de commissie acht op de NHG standaard enkelband letsel. De assistente heeft de NHG standaard enkelband letsel gevolgd. Omdat klager zijn voet kon belasten en de dag ervoor had gelopen, was een fractuur conform de Ottowa Ankle Rules onwaarschijnlijk. De gebruikelijke gang van zaken is dan rust geven en na twee dagen, als de zwelling is afgenomen, opnieuw beoordelen wat de oorzaak is van de pijn. Dat kan pas goed op dat moment, omdat de zwelling dan zal zijn verminderd en beter te onderzoeken is wat er aan de hand is. Nu klager niet is verschenen op de afspraak die na het eerste telefonische consult is gemaakt en ook in december 2017 niet heeft aangegeven dat hij nog (erge) klachten had, is het ook niet verwijtbaar aan huisarts dat de enkelbreuk niet eerder is ontdekt. De klacht is ongegrond en de gevorderde schadevergoeding is daarmee ook afgewezen.

Datum uitspraak: 18-03-2019
Datum publicatie: 17-04-2019
Referentie: 20180126

20180118 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster oneens met beëindiging van de arts-patiëntrelatie. Klacht afgewezen na toetsing aan de KNMG richtlijn ‘Niet-aangaan of beëindigen van geneeskundige behandelovereenkomst’. Klaagster heeft meermalen aangegeven geen vertrouwen te hebben in de praktijkvoering door huisarts. Huisarts heeft zorgvuldig gehandeld door diverse pogingen tot herstel, waarschuwingen en na opzegging vervolgens beschikbaar blijven voor noodhulp.

Datum uitspraak: 19-03-2019
Datum publicatie: 07-04-2019
Referentie: 20180118

20180098 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

De klacht is dat bij klager bij twee bezoeken aan de huisartsenpost de diagnose hart-infarct is gemist. Klager vindt dat er alleen gekeken is naar maagklachten, waardoor onnodig veel tijd is verstreken. Op zichzelf behoeft het missen van de juiste diagnose –als dit al vast komt te staan- niet doorslaggevend te zijn voor het slagen van de klacht. De klacht is pas gegrond als vast komt te staan dat de wijze waarop verweerder tot de onjuiste diagnose is gekomen in strijd is met de zorgvuldigheid die van de huisarts verwacht mocht worden. De commissie is van oordeel dat de dienstdoende huisarts bij het eerste bezoek, gezien de symptomen van klager, kon uitgaan van een diagnose maagpijn en niet van een acuut cardiaal probleem hoefde uit te gaan. Ook bij het tweede bezoek zijn de klachten waarmee klager zich meldt aspecifiek voor een cardiaal probleem. De klacht is daarmee ongegrond. De gevorderde schadevergoeding wordt daarmee eveneens afgewezen.

Datum uitspraak: 18-03-2019
Datum publicatie: 07-04-2019
Referentie: 20180098

20180032 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

1. Missen diagnose osteoporose. Dit klachtonderdeel is ongegrond. In het journaal van verweerder is geen omschrijving van pijnklachten of andere signalen vastgelegd die zouden kunnen wijzen op osteoporose. Klaagster geeft aan dat zij botklachten wel heeft genoemd, dit blijkt echter niet uit haar medisch dossier. Voor een oordeel of een bepaalde verweten gedraging verwijtbaar is moet kunnen worden vastgesteld welke feiten daaraan ten grondslag gelegd kunnen worden. Dit kan de commissie hier niet. 2. Klaagster verwijt verweerder dat hij in strijd met de door haar afgegeven medische machtiging heeft gehandeld. Klaagster heeft bij haar machtiging aangegeven dat er eerst (specifieke) toestemming van klaagster moest zijn en dat het verder enkel ging om stukken van de periode 2010-2017. Verweerder heeft ook stukken over de periode 2018 overgelegd. Daarmee heeft verweerder in strijd met de afgegeven machtiging gehandeld en zonder toestemming van klaagster de medische gegevens in deze procedure overgelegd. Dit klachtonderdeel is gegrond.
Klaagster vordert ook schadevergoeding. Die is echter verbonden aan het eerste –ongegronde- klachtonderdeel en wordt dus afgewezen.

Datum uitspraak: 09-01-2019
Datum publicatie: 05-04-2019
Referentie: 20180032

20180125 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht dat huisarts nalatig is geweest door te concluderen dat klaagster een keelontsteking had. Klacht ongegrond. Klaagster was enkele dagen tevoren ontslagen uit ziekenhuis waar zij was opgenomen in verband met een cavernoom. Huisarts was daarmee bekend. Bij visite concludeert huisarts dat klaagster keelontsteking heeft. Twee dagen later is klaagster opgenomen in een academisch ziekenhuis waarna ze ruim een week later is geopereerd wegens een lekkend cavernoom. Er is sprake geweest van voldoende onderzoek door huisarts waarna deze gelet op de symptomen uit kon gaan van diagnose keelontsteking.

Datum uitspraak: 15-03-2019
Datum publicatie: 22-03-2019
Referentie: 20180125

20180108 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klager klaagt over de bejegening tijdens een telefonisch contact en een consult met de huisartsenpost. Klager voelde zich niet geholpen tijdens het telefonisch contact en had het gevoel dat een groepje mensen om de triagiste heen stond die hem zouden hebben uitgelachen. Uit niets blijkt dat klager niet serieus is genomen. Uit het waarneembericht en de overlegde transcripties van de gevoerde gesprekken blijkt dat de triagiste klager meerdere keren terug heeft gebeld en heeft aangeboden een ambulance te sturen. Klager heeft dit geweigerd en heeft aangegeven dat hij zelf naar de HAP zou toekomen. Evenmin is aantoonbaar gemaakt dat klager zou zijn uitgelachen door medewerkers van de huisartsenpost. De klacht is in zoverre ongegrond. Klager klaagt er ook over dat hij niet binnen twintig minuten gezien is door een arts toen hij op de huisartsenpost aankwam. Daarover heeft klager eerst bij de geschillencommissie geklaagd. Dat een klacht(onderdeel) eerst wordt behandeld door een klachtenfunctionaris is een voorwaarde voor het kunnen voorleggen aan de geschillencommissie. Met inachtname van artikel 7 lid 1 sub b van het Reglement Geschillencommissie Huisartsen en artikel 21 lid 1 sub c Wkkgz verklaart de commissie klager niet ontvankelijk in dit klachtonderdeel.

Datum uitspraak: 21-01-2019
Datum publicatie: 21-02-2019
Referentie: 20180108

20180045 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster is de dochter van de overleden patiënte. Klaagster is van mening dat haar moeder een geen non-reanimatieverklaring had afgegeven en wil om die reden inzage in het dossier. Dit is door de huisarts eerst geweigerd. De commissie verwijst naar de algemene regels rondom het medisch beroepsgeheim. Het beroepsgeheim eindigt niet bij het overlijden van een patiënt. Nabestaanden hebben in beginsel geen recht op inzage in het dossier van een overledene. Hierop bestaan uitzonderingen, waaronder de zogenoemde veronderstelde toestemming: als de toestemming van de overledene voor inzage na overlijden mag worden verondersteld. De huisarts stelt zich op het standpunt dat die veronderstelde toestemming ontbreekt. Echter: de huisarts heeft aangeboden over het medisch dossier van de patiënt te willen spreken en heeft bij haar verweer geput uit dat dossier. Dat ondergraaft het standpunt van de huisarts. De commissie heeft vervolgens het dossier opgevraagd en gekregen. Uit dat dossier bleek dat er een non-reanimatieverklaring was afgegeven. De klacht is ongegrond.

Datum uitspraak: 15-01-2019
Datum publicatie: 21-02-2019
Referentie: 20180045

20180011 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht over inadequate behandelingen afgewezen. Triage afgenomen; voldoende notie genomen van klachten van patiënte. Nadien polsklachten goed onderzocht, waarna verwijzing naar specialist. Idem tijdige verwijzing voor rugklachten. Schadevergoeding afgewezen.

Datum uitspraak: 13-09-2018
Datum publicatie: 09-01-2019
Referentie: 20180011

20180011 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht over inadequate behandelingen afgewezen. Triage afgenomen; voldoende notie genomen van klachten van patiënte. Nadien polsklachten goed onderzocht, waarna verwijzing naar specialist. Idem tijdige verwijzing voor rugklachten. Schadevergoeding afgewezen.

Datum uitspraak: 13-09-2018
Datum publicatie: 09-01-2019
Referentie: 20180011

20180057 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht 1. Het stoppen met Prolia injecties, hetgeen wervel inzakkingen ten gevolge heeft gehad. 2. een gebrek aan betrokkenheid en voortvarendheid met betrekking tot de hevige rugklachten.
1. Klaagster heeft 10 jaar lang bot opbouwende medicatie heeft gekregen, die de laatste vijf jaar bestond uit Prolia injecties. Vervolgens is een dexascan gemaakt die een verbetering liet zien van de t-score van -3,9 naar -2.5. De grens waarop besloten wordt tot bot opbouwende medicatie ligt bij -2.5 of lager. Gezien de aanbevelingen in de NHG-Richtlijn Osteoporose en fractuur preventie, de score van -2.5 en de kans op bijwerkingen na langdurig gebruik van de medicatie, mocht verweerster besluiten tot het stoppen met de bot opbouwende medicatie om vervolgens te monitoren hoe de bot opbouw zou blijven. Een verband tussen stoppen met de bot opbouwende medicatie in maart 2017 en de geconstateerde “verse” wervelfractuur in juni 2017 is niet aangetoond. Ongegrond.
2. Na de constatering van een verse fractuur in juni 2017 had verweerster, mede gelet op de voorgeschiedenis van osteoporose, een actief vervolgbeleid met betrekking tot de osteoporose moeten afspreken. Nu dit is nagelaten is dit klachtonderdeel gegrond.

Datum uitspraak: 12-12-2018
Datum publicatie: 19-12-2018
Referentie: 20180057

20180028 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster verwijt verweerder dat zij zonder haar medeweten en toestemming verwezen is naar een instelling voor geestelijke gezondheidszorg (GGZ-instelling). Verweerder heeft erkend dat hij klaagster onterecht heeft verwezen. Verweerder heeft niet rechtstreeks contact gezocht met klaagster naar aanleiding van het kennelijk via de assistente door een derde gedane verzoek tot verwijzing. Daarmee is de klacht van klaagster gegrond.

Datum uitspraak: 19-11-2018
Datum publicatie: 18-12-2018
Referentie: 20180028

20180019 en 20180042 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Terechte klacht dat de huisarts onvoldoende heeft gedaan om de verstoorde relatie met patiënten te herstellen, hetzij in een gesprek, hetzij door middel van een schriftelijk antwoord op hun verwijten. Toereikende behandeling van orthopedische klachten van dochter van klaagster, want snel onderzoek en doorverwijzing. Ontoereikend onderzoek naar nekhernia van echtgenoot van klaagster. Klacht over ontoereikende behandeling van darmherniatie van andere dochter van klaagster onvoldoende onderbouwd. Summiere journaalgegevens van de huisarts.

Datum uitspraak: 17-10-2018
Datum publicatie: 18-12-2018
Referentie: 20180019 en 20180042

20180054 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht over onjuiste datering van verrichting ongegrond. Voldoende staat vast dat de verrichting niet op de door klager genoemde datum heeft plaatsgehad. Schadevergoeding afgewezen

Datum uitspraak: 13-09-2018
Datum publicatie: 21-11-2018
Referentie: 20180054

2017 G52 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht over uitgevoerde beleid bij fractuur pink. Klaagster stelt dat ten onrechte geen röntgenfoto is gemaakt, enkel living splint is aangelegd waardoor later spoedoperatie uitgevoerd moest worden. Klacht ongegrond. Nu sprake was van een fractuur en een normale stand van de pink hoefde klaagster niet te worden ingestuurd voor een foto en kon de dienstdoende huisarts volstaan met aanleggen living splint. Daarnaast adequaat advies over vervolgbeleid. Schadevergoeding afgewezen.

Datum uitspraak: 22-06-2018
Datum publicatie: 31-10-2018
Referentie: 2017 G52

20180025 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster is de dochter van de overleden patiënte. Klacht: Nalatig en onprofessioneel te handelen in de laatste fase van het leven van patiënte. Klaagster vindt verder dat verweerder tekort is geschoten in de coördinatie van de zorg rondom de patiënt en de bejegening rondom de euthanasiewens van de patiënt en na diens overlijden. Verweerder heeft de patiënte alleen gezien op 7 en 8 november 2017. De commissie is van oordeel dat verweerder toen adequaat heeft gehandeld. Hij heeft de patiënt onderzocht, een breuk uitgesloten en toen een verpleegbed niet lukte, voor verder beleid overlegd met de orthopeed. Wat zich nadien heeft afgespeeld is niet verwijtbaar aan verweerder. Evenmin is gebleken van onprofessioneel handelen door verweerder rondom de euthanasiewens van de patiënt. Bij dit alles is van belang dat vele zorgverleners en zorginstellingen in de laatste levensfase van patiënte een rol speelden en dat verweerder –niet zijnde de vaste huisarts- maar een beperkte rol had.

Datum uitspraak: 15-10-2018
Datum publicatie: 29-10-2018
Referentie: 20180025

20180023 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster is de dochter van de overleden patiënte. In verschillende klachtbrieven worden veel en van elkaar onderling afwijkende klachten benoemd. Bij een klacht moet het gaan over concrete feiten en gedragingen die expliciet door klaagster zelf moeten worden gepresenteerd. Daarbij kan niet worden volstaan met het stellen –zoals klaagster doet- van een groot aantal vragen over de kennelijk bij haar niet bekende gang van zaken. Dit komt neer op een fishing expedition en behoort niet tot de taak van de commissie. De commissie beperkt zich tot de voldoende concrete klachtonderdelen. Op een gegeven moment heeft verweerder gekozen om de contacten met de patiënte via de broer en schoonzus van klaagster en hun kinderen te laten verlopen. De commissie is van oordeel dat verweerder zorgvuldig heeft gehandeld door met één vaste contactpersoon binnen de familie te communiceren. Voor zover de grote hoeveelheid door klaagster geformuleerde vragen in het kader van de behandeling (mede) opgevat moet worden als de klacht dat het medisch dossier door verweerder niet (geheel) aan haar is verstrekt geldt dat ook na overlijden het medisch beroepsgeheim door verweerder in acht genomen dient te worden. Beide klachtonderdelen zijn daarmee ongegrond.

Datum uitspraak: 10-10-2018
Datum publicatie: 17-10-2018
Referentie: 20180023

20180053 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klager is de echtgenoot van de overleden patiënte. Geklaagd wordt over verweerder als schouwarts. Verweerder stelde zijn bezoek twee uur uit en weigerde een vervanger te sturen. De klacht is ongegrond. De NHG (Nederlands Huisartsen Genootschap) Richtlijn “Lijkschouw voor behandelend artsen van juni 2016 noemt “zo spoedig mogelijk” en als uiterlijke termijn drie uur. Verweerder is daarmee binnen de door de richtlijn genoemde kaders gebleven en hoefde geen vervanger te regelen.

Datum uitspraak: 10-10-2018
Datum publicatie: 17-10-2018
Referentie: 20180053

20180056 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster vindt dat haar wettelijk recht op vernietiging van haar medisch dossier herhaaldelijk is genegeerd. Een patiënt heeft volgens artikel 7:455 BW het recht om, behoudens uitzondering die zich in deze zaak niet voordoen, zijn of haar dossiergegevens binnen drie maanden te laten vernietigen. De klacht zoals geformuleerd door klaagster is ongegrond, nu verweerster heeft verklaard dat zij het medisch dossier heeft vernietigd en er naar het oordeel van de commissie geen reden is om aan die uitspraak te twijfelen.

Datum uitspraak: 10-10-2018
Datum publicatie: 17-10-2018
Referentie: 20180056

20180064 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klager voelt zich onheus bejegend tijdens een consult bij de huisarts in opleiding van verweerder. Verweerder heeft aangegeven dat de huisarts in opleiding zich niet herkent in het van haar geschetste beeld en de uitlatingen die door haar zouden zijn gedaan. Nu alleen klager en de huisarts in opleiding bij voornoemd consult aanwezig waren, is niet vast te stellen hoe het consult is verlopen noch hetgeen gezegd is. Dat brengt mee dat door de commissie niet kan worden vastgesteld of klachtwaardig is gehandeld. Dit oordeel berust niet op het uitgangspunt dat het woord van de klager minder geloof verdient dan dat van de huisarts in opleiding en verweerder, maar op de omstandigheid, dat voor het oordeel of een bepaalde verweten gedraging verwijtbaar is, eerst moet worden vastgesteld welke feiten daaraan ten grondslag gelegd kunnen worden. Deze feiten kan de commissie, ook als aan het woord van klager en van de huisarts in opleiding en verweerder evenveel geloof wordt gehecht, hier niet vaststellen. De commissie verklaart de klacht van klager ongegrond.

Datum uitspraak: 25-09-2018
Datum publicatie: 03-10-2018
Referentie: 20180064

20180039 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht: Medewerkers van de huisartsenpost (HAP) hebben niet zorgvuldig gehandeld en niet goed naar klager geluisterd. Klager meent dat zijn hartinfarct voorkomen had kunnen worden. In de periode 9, 10 en 11 oktober is meerdere keren contact geweest tussen klager en de HAP. Bij de eerste twee contacten is de commissie van oordeel dat juist gehandeld is door de betreffende dienstdoende huisartsen. Toen klager de derde keer contact opnam, had de triagiste naar het oordeel van de commissie tenminste overleg moeten voeren met de dienstdoende huisarts. De klacht is daarmee gegrond. Klager vordert ook een schadevergoeding van € 25.000,--. Naar het oordeel van de commissie staat onvoldoende vast en is er door klager onvoldoende causaal verband aangetoond tussen het handelen dan wel nalaten van verweerster en het optreden van schade. Zelfs indien de triagiste in de nacht van 11 oktober 2017 overleg had gevoerd met een dienstdoende huisarts en er andere adviezen zouden zijn gegeven aan klager, staat niet vast dat het beloop dan anders zou zijn geweest. De gevorderde schadevergoeding wordt daarom afgewezen.

Datum uitspraak: 11-09-2018
Datum publicatie: 19-09-2018
Referentie: 20180039

2017 G65 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht over een te lange wachttijd voor een verwijzing en MRI-scan i.v.m. rugpijn ongegrond. De huisarts heeft voldoende onderzoek uitgevoerd; adequate verwijzing naar fysiotherapeut, neuroloog en psycholoog conform NHG-richtlijnen. Gemotiveerde voorschrijving van morfine. Adequate behandeling van gynaecologische klachten. Behandelbeleid behoort bij de huisarts; terughoudendheid bij verwijzing voor een second opinion ook. Aanbeveling om de weigering van een second opinion niet te baseren op de kosten daarvan, maar niet klacht waardig. Schadevergoeding afgewezen.

Datum uitspraak: 11-07-2018
Datum publicatie: 19-09-2018
Referentie: 2017 G65

20180010 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klager is van mening dat de zorg voor de wond aan zijn been onvoldoende zorgvuldig is geweest. De klacht is ongegrond. In het journaal zijn duidelijke notities gemaakt wat de stand van zaken was tijdens ieder consult. Ook zijn er duidelijke follow-up afspraken gemaakt. Tevens blijkt uit het journaal dat klager steeds werd geadviseerd terug te komen voor controle van de wond, hetgeen ook is geschied. Tijdens drie consulten besloten is de genezing van de wond af te wachten. De commissie acht dit beleid verdedigbaar. Toen bij het vierde consult het klinisch beeld was veranderd en de wond verslechterde, heeft verweerder klager direct verwezen. Verweerder heeft daarbij rekening gehouden met het feit dat klager een vakantie had gepland en om die reden niet langer afgewacht. De commissie is van oordeel dat verweerder heeft gehandeld zoals van een goed huisarts mag worden verwacht en dat verweerder heeft verwezen op het moment dat de wondgenezing gecompliceerder werd. De door klager gevorderde schadevergoeding wordt afgewezen nu de klacht ongegrond is.

Datum uitspraak: 23-08-2019
Datum publicatie: 10-09-2018
Referentie: 20180010

20180030 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Niet goed behandeld op de huisartsenpost vanwege discriminatie. Vast staat dat klaagster geruime tijd heeft moeten wachten bij de huisartsenpost. De klacht is echter niet gegrond. Een huisartsenpost is er in het weekend en in de avond/nacht uitsluitend voor spoedeisende situaties die niet kunnen wachten tot de volgende werkdag. Vanwege drukte of omdat spoedeisende patiënten voorrang krijgen kunnen soms lange wachttijden ontstaan. De commissie is van oordeel dat er in het geval van klaagster niet is gebleken van een dusdanig spoedeisende situatie dat klaagster direct gezien moest worden. Evenmin is gebleken dat discriminatie de reden van de lange wachttijd was.

Datum uitspraak: 23-08-2018
Datum publicatie: 28-08-2018
Referentie: 20180030

20180048 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster is de dochter van de overleden patiënt. Klacht 1: verkeerde diagnose stellen tijdens de visite op 26 januari 2018 en ten onrechte geen buikonderzoek verrichten. Klacht 2: Het klachtgesprek is niet naar tevredenheid verlopen.
1. Vast staat dat tijdens de visite van 26 januari 2018 geen buikonderzoek is verricht. Bij een patiënt met het klachtenbeeld is het niet zo dat een buikonderzoek altijd zou moeten plaatsvinden. Van belang is de algemene toestand van de patiënt. Bij deze patiënt was er sprake van een alleenstaande, oudere man, die niet vaak om hulp vroeg, die diabeet was en wiens dochter erg ongerust was. Indien onder deze omstandigheden besloten wordt tot een afwachtend beleid, moeten er goede afspraken gemaakt hadden worden omtrent de follow-up. De huisarts stelt die wel gemaakt te hebben, maar ze zijn niet opgenomen in het journaal en er kan niet vanuit worden uitgegaan dat ze zijn gemaakt. Gegrond.
2. De lezingen van het gesprek lopen uiteen en de commissie kan niet vaststellen wie gelijk heeft.
Ongegrond.
Klaagster vordert ook schadevergoeding van € 700,--. De schade die klaagster vordert is schade ten gevolge van het overlijden van de patiënt. De commissie kan niet vaststellen dat het overlijden van de patiënt heeft plaatsgevonden ten gevolge van het handelen dan wel nalaten door verweerster. Niet vaststaat dat als er anders zou zijn gehandeld en als er wel sprake was geweest van onderzoek van de buik of afspraken rondom de follow-up, de patiënt dan niet zou zijn overleden. Ook geldt, dat indien de patiënt op een later tijdstip zou zijn overleden, dezelfde kosten zouden zijn gemaakt. De schadevergoeding wordt afgewezen. (hangt samen met 20180049):

Datum uitspraak: 23-08-2018
Datum publicatie: 28-08-2018
Referentie: 20180048

20180049 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster is de dochter van de overleden patiënt. Klacht 1: De huisarts heeft op 30 januari 2018 geweigerd een visite af te leggen. 2. Het klachtgesprek is niet naar tevredenheid verlopen.
1. De commissie is van oordeel dat bij een zelfstandig wonende oudere patiënt die al meer dan een week ziek is, waarbij sprake is van verhoogde suikers en waarbij tot twee keer toe dringend wordt verzocht een visite af te leggen het tot de goede huisartsenzorg behoort om aan dat verzoek gevolg te geven, zelfs als dat enkel ter geruststelling is van de patiënt dan wel diens verzorgende. Gegrond. Of het beloop van de ziekte van de patiënt dan anders was geweest, kan de commissie echter niet vaststellen.
2. De lezingen van het gesprek lopen uiteen en de commissie kan niet vaststellen wie gelijk heeft.
Ongegrond.
Klaagster vordert ook schadevergoeding van € 700,--. De schade die klaagster vordert is schade ten gevolge van het overlijden van de patiënt. De commissie kan niet vaststellen dat het overlijden van de patiënt heeft plaatsgevonden ten gevolge van het handelen dan wel nalaten door verweerster. Niet vaststaat dat als er anders zou zijn gehandeld en als er wel sprake was geweest van onderzoek van de buik of afspraken rondom de follow-up, de patiënt dan niet zou zijn overleden. Ook geldt, dat indien de patiënt op een later tijdstip zou zijn overleden, dezelfde kosten zouden zijn gemaakt. De schadevergoeding wordt afgewezen. (hangt samen met 20180048)

Datum uitspraak: 23-08-2018
Datum publicatie: 28-08-2018
Referentie: 20180049

20180001 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Patiënt enkele uren na bezoek huisartsenpost overleden. Klacht dat de dienstdoende huisarts een foute diagnose heeft gesteld en patiënt ten onrechte niet heeft verwezen naar cardioloog gegrond verklaard. Ten onrechte heeft de dienstdoende huisarts de pijn op de borst geduid als myogeen van aard. Hij heeft een acuut coronair syndroom wel overwogen maar ten onrechte verworpen. Hoewel sprake was van factoren die niet wezen op een cardiale oorzaak waren er ook alarmsignalen zoals een plotseling opgetreden pijn op de borst waar geen verklaring voor was. Patiënt was roker en er was een taalbarrière. Klacht dat triagiste onjuiste inschatting heeft gemaakt van de spoedeisendheid van de klacht niet ontvankelijk nu deze geen deel heeft uitgemaakt van de eerdere klachtbehandeling maar pas is aangevoerd bij de geschillencommissie. Klacht dat inhoudelijk en procedurele behandeling van de klacht door de huisartsenpost niet juist is geweest is gegrond nu de huisartsenpost enkel een incidentenonderzoek door de incidentencommissie is gestart en de rapportage van deze commissie is gebruikt als eindoordeel in de klachtprocedure.

Datum uitspraak: 18-07-2018
Datum publicatie: 24-07-2018
Referentie: 20180001

2017 G68 Uitspraak schadevergoeding geschillencommissie Huisartsenzorg

Vervolg op eerdere uitspraak. Gemiste diagnose waardoor delay is ontstaan. Klaagster is fotograaf en heeft opdracht gemist. Beoordeling hoogte causale schade. Uitgangspunt bij de beoordeling van vermogensschade is artikel 6:96 BW dat bepaalt dat deze zowel geleden verlies als gederfde winst omvat. Zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij in civiele rechtspraak gevormde normenkader en jurisprudentie. Naar redelijkheid een bedrag toegewezen van € 800,- van de gevorderde € 1.281,- gemiste omzet, nu gederfde omzet niet gelijk is aan gederfde winst.

Datum uitspraak: 11-07-2018
Datum publicatie: 24-07-2018
Referentie: 2017 G68 Schadevergoeding

2017 G88 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klachten over ontoereikende behandeling van maag- en armaandoening en van letsel na een aanrijding. Gemotiveerd verweer van de arts, waarna klager niet meer heeft gerepliceerd. Aannemelijk dat klager herhaaldelijk en uitgebreid is onderzocht, behandeld en verwezen. Klachten ongegrond.

Datum uitspraak: 02-07-2018
Datum publicatie: 24-07-2018
Referentie: 2017 G88

2017 G91 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster vindt dat verweerder zijn zorgplicht niet is nagekomen ten aanzien van haar recidiverende blaasontstekingen en haar niet heeft verwezen naar een uroloog. Voor de beoordeling van deze klacht heeft de geschillencommissie in het bijzonder acht geslagen op de NHG standaard Urineweginfecties. Er zijn onduidelijkheden in het dossier waar het verwijzingen betreft. Een goede verslaglegging van de verwijzing ontbreekt, terwijl klaagster uitdrukkelijk ontkent dat de verwijzing heeft plaatsgevonden. In een dergelijk geval is de enkele stelling van de huisarts dat dit het geval is geweest niet voldoende. Het ligt bij deze stand van zaken op de weg van de huisarts om aannemelijk te maken dat zijn stelling dat hij klaagster heeft verwezen ook juist is. De huisarts is daar naar het oordeel van de geschillencommissie niet in geslaagd. De klacht is daarmee gegrond.

Datum uitspraak: 09-07-2018
Datum publicatie: 23-07-2018
Referentie: 2017 G91

20180003 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht over onterechte psychiatrische diagnose door huisarts afgewezen. De arts heeft zijn competenties niet overschreden; hij heeft slechts documentatie van andere zorgverleners in zijn dossier gehouden. Geen tekortschietende behandeling van psychische klachten van klaagster. Schadevergoeding afgewezen.

Datum uitspraak: 04-06-2018
Datum publicatie: 11-06-2018
Referentie: 20180003

2017 G82 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht over ontoereikende behandeling van burn out afgewezen. Verschil van inzicht tussen patiënt en huisarts over de aanpak; zorgvuldig onderzoek door de huisarts. Klacht over weigering om verklaring in het kader van een rechtszaak af te leggen eveneens ongegrond. Huisarts heeft ter zake geen verplichting; heeft zich niettemin wel ingespannen. Klacht over weigering om gegevens aan medisch dossier toe te voegen ongegrond. Patiënt heeft recht op correctie van feitelijke onjuistheden, niet op opneming van zijn eigen bevindingen aan de verslaglegging door de arts.

Datum uitspraak: 04-06-2018
Datum publicatie: 11-06-2018
Referentie: 2017 G82

20180006 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klager klaagt erover dat hij geen inzage heeft gekregen in het dossier van zijn minderjarige dochter toen hij vroeg om inzage in het journaal met betrekking tot een bepaald consult. Tot kinderen de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt, treden ouders bij geneeskundige behandelingen op als hun wettelijk vertegenwoordigers en beslissen over de medische behandelingen die hun kind ondergaat. Vanaf 12 jaar tot 16 jaar samen met het betrokken kind. Die ouders hebben daartoe inzage nodig. Dit recht op informatie is niet onbeperkt. De arts kan informatie weigeren op grond van goed hulpverlenerschap: als een goede hulpverlening zou kunnen worden belemmerd of geschaad indien volledige informatie zou worden gegeven. De huisarts beroept zich daarop maar dat moet worden gepasseerd. Niet alleen heeft de huisarts in het kader van deze geschilbehandeling alsnog en zonder beperkingen de gevraagde informatie verstrekt maar tevens volgt uit die informatie (een feitelijke weergave van het consult) niet op welke wijze verstrekking daarvan aan klager in strijd zou zijn met het belang van het kind of een goede behandelrelatie in de weg zou staan. De klacht is in zoverre dan ook gegrond.

Datum uitspraak: 22-05-2018
Datum publicatie: 05-06-2018
Referentie: 20180006

2017 G37 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Tussenuitspraak. Klaagster heeft op de spoedlijn van de huisartsenpost (HAP) gebeld. Klaagster vindt dat de HAP onzorgvuldig heeft gehandeld omdat de klachten die ze tijdens het telefoongesprek met de huisartsenpost heeft aangeven niet juist zijn ingeschat. Klaagster heeft aangegeven dat ze pijn op de borst had, die ze omschreef als brandend, met uitstraling naar rug en beide armen. Uit de transcriptie volgt dat het een niet soepel lopend gesprek was waarbij de triagiste vaker vragen heeft moeten herhalen. Klaagster is niet direct gezien maar haar is een consult aangeboden 2,5 uur later. Op basis van haar klachten, haar voorgeschiedenis en het feit dat er kennelijk sprake van was dat klaagster zich niet goed kon uitdrukken, had zij naar het oordeel van de commissie direct gezien moeten worden en niet pas 2,5 uur later. De klacht is gegrond.
Klaagster vraagt ook schadevergoeding. De commissie stelt klaagster in de gelegenheid haar schade nader te onderbouwen.

Datum uitspraak: 06-03-2018
Datum publicatie: 05-06-2018
Referentie: 2017 G37

2017 G37 Uitspraak schadevergoeding geschillencommissie Huisartsenzorg

Uitspraak over de schadevergoeding. Klaagster stelt immateriële schade te hebben geleden, bestaande uit angst(gevoelens) en verlies van vertrouwen in de medische stand. Uit brieven van de psycholoog en de reumatoloog volgt dat er een toename van angst is na het voorval en doorgemaakt hartinfarct en verlies van vertrouwen. De commissie is van oordeel dat het causale verband (deels) voldoende onderbouwd is. Bij het handelen van verweerster weggedacht is aannemelijk dat klaagster een deel van angstgevoelens –ten gevolge van het infarct zelf- hoe dan ook zou hebben. De angst is echter versterkt door het verlies van vertrouwen in adequate medische hulp. Kort samengevat gaat het dus niet enkel om de angst dat een infarct zich opnieuw zal voordoen, maar dat dit gebeurt terwijl er door de medische stand (opnieuw) niet adequaat op gereageerd zal worden. In zoverre is er sprake van causale schade. In het licht van uitspraken van civiele rechters in vergelijkbare zaken brengt dit de commissie tot het toekennen van een vergoeding ter zake van immateriële schade van een bedrag van € 650,00.

Datum uitspraak: 29-05-2018
Datum publicatie: 05-06-2018
Referentie: 2017 G37

2017 G85 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht over ontoereikende behandeling van pijnklachten aan hand. Drie maanden na het eerste onderzoek door de huisarts bleek uit een foto een breuk. De commissie kan de feitelijke gang van zaken niet met voldoende zekerheid vaststellen. Klager is verschillende afspraken niet nagekomen. Onvoldoende staat vast dat klager de pijnklachten expliciet aan de huisarts heeft gepresenteerd, naast zijn andere aandoeningen tijdens bezoeken. Klacht ongegrond; schadevergoeding afgewezen.

Datum uitspraak: 16-05-2018
Datum publicatie: 01-06-2018
Referentie: 2017 G85

2017 G77 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klager vindt dat hij langer dan noodzakelijk heeft moeten doorlopen met een slijmbeursontsteking. Klager vordert een schadevergoeding van € 4.899,00. De commissie is van oordeel dat de klacht ongegrond is. Klager heeft zich tijdens de consulten bij de huisarts naar het oordeel van de commissie niet gepresenteerd met alleen schouderklachten, passend bij een slijmbeursontsteking. Er was sprake van een algeheel beeld van spier- en gewrichtsklachten en moeheid. De commissie is dan ook van oordeel dat de huisarts de juiste stappen heeft gezet door klager eerst te verwijzen voor bloedonderzoek en vervolgens klager, ook op zijn verzoek te verwijzen naar een specialist om achter de oorzaak van de diverse klachten te komen. Nu de klacht ongegrond is, is er geen plaats voor een schadevergoeding.

Datum uitspraak: 16-05-2018
Datum publicatie: 22-05-2018
Referentie: 2017 G77

2017 G84 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klager vindt dat er sprake is van een gemiste diagnose: de vinger van klager was niet gekneusd, maar gebroken. De aantekeningen in het huisartsenjournaal van het consult van 3 augustus 2017 zijn summier. Desondanks vermeldt het journaal wel dat er geen sprake is van “asdrukpijn” hetgeen erop wijst dat de huisarts klager adequaat heeft onderzocht en heeft geprobeerd uit te sluiten dat er sprake was van een fractuur. Het door de huisarts verrichte onderzoek voldoet aan hetgeen van de huisarts verwacht had mogen worden. De commissie verklaart de klacht van klager ongegrond en wijst de gevorderde schadevergoeding (€ 25.000,--) af.

Datum uitspraak: 16-05-2018
Datum publicatie: 22-05-2018
Referentie: 2017 G84

2017 G89 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster verwijt verweerder dat hij heeft verzuimd de uitslag van een -afwijkende- thoraxfoto door te geven. Vast staat dat de afwijkende uitslag van de thoraxfoto niet is meegedeeld aan klaagster. Evenmin is er gehandeld naar aanleiding van de afwijkende uitslag van de foto. Verweerder erkent dat de uitslag niet kenbaar is gemaakt aan klaagster. Verweerder heeft daar ook excuses voor gemaakt. De assistente geeft aan zich niets meer te kunnen herinneren van het telefoongesprek met klaagster waarin ze de uitslagen van foto en bloedonderzoek aan klaagster heeft meegedeeld. Nu de lezing van klaagster verder niet wordt ontkend of ontkracht moet worden uitgegaan van de juistheid van het door klaagster gestelde. De klacht van klaagster is daarmee gegrond.

Datum uitspraak: 16-05-2018
Datum publicatie: 22-05-2018
Referentie: 2017 G89

20180013 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht dat huisarts de diagnose hartinfarct heeft gemist ongegrond. Het missen van de juiste diagnose behoeft op zichzelf niet doorslaggevend te zijn voor het gegrond verklaren van de klacht. Klacht is pas gegrond als vast komt te staan dat de wijze waarop de huisarts tot de onjuiste diagnose is gekomen in strijd is met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame beroepsgenoot mag worden verwacht. Niet is gebleken dat de huisarts zijn onderzoek onzorgvuldig heeft verricht. Er was geen sprake van risicofactoren, geen andere klachten en geen afwijkend ECG.

Datum uitspraak: 08-05-2018
Datum publicatie: 15-05-2018
Referentie: 20180013

2017 G68 Tussenuitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Terechte klacht over missen juiste diagnose. Ten onrechte geen foto gemaakt. Bij latere foto bleek zodanige breuk dat operatie nodig was. Klaagster was gevallen en had pijnlijke rechter pink. Nu klaagster bij onderzoek erg overstuur was, daardoor niet goed was te onderzoeken en zelf graag röntgenfoto wilde, was maken foto beter geweest. Uit waarneembericht blijkt niet van advies bij blijvende klachten, waardoor delay is ontstaan van een week. Klaagster heeft schade geleden door gemiste opdracht als fotograaf. Krijgt gelegenheid deze nader te onderbouwen.

Datum uitspraak: 01-05-2018
Datum publicatie: 14-05-2018
Referentie: 2017 G68

2017 G69 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Gedeeltelijke gegrondverklaring klacht wegens beleid bij oorklachten en oorontsteking.
Verwijt dat te laat is verwezen naar KNO-arts en voorgeschreven zure druppels schade hebben veroorzaakt aan gehoor. NHG standaard ‘Otitis externa’. Huisarts heeft de in deze standaard voorgeschreven stappen niet gevolgd en niet gemotiveerd aangegeven om welke reden zij is afgeweken. Ook heeft het ontbroken aan voldoende regie. In zoverre klacht gegrond. Zeer onwaarschijnlijk dat zure druppels gehoorschade hebben veroorzaakt. Evenmin staat vast dat geen perforatie was opgetreden bij eerdere verwijzing. Schadevergoeding derhalve afgewezen.

Datum uitspraak: 01-05-2018
Datum publicatie: 14-05-2018
Referentie: 2017 G69

2017 G58 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Deze zaak ging over het beëindigen van de behandelrelatie. Klager meent dat de huisarts dit niet had mogen doen en vordert ook schadevergoeding. De huisarts schreef in een brief dat zij niet langer klagers huisarts kon zijn. Daaraan waren twee waarschuwingen voor herhaald (verbaal) agressief gedrag aan voorafgegaan en was aangegeven dat indien dit weer gebeurde de behandelrelatie niet zou kunnen worden voortgezet. De commissie is van oordeel dat de huisarts hierbij voldoende zorgvuldig heeft gehandeld. De commissie wijst daarbij op de richtlijn Niet-aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst (2005 van de KNMG (Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst). Daaraan doet niet af dat het gedrag van klager mogelijk aan hem niet verweten kan worden ten gevolge van een ziektebeeld. De klacht is daarmee ongegrond en de schadevergoeding dient dan ook afgewezen te worden.

Datum uitspraak: 23-04-2018
Datum publicatie: 02-05-2018
Referentie: 2017 G58

2017 G59 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster is de dochter van de overleden patiënt. De klachtonderdelen zien op een specifiek consult. Klaagster verwijt de huisarts bij dat consult de diagnose vaatlijden te hebben gemist. Daarbij beschrijft klaagster dat er bij patiënt bij dat consult sprake was van blauwverkleuringen bij een teen en enkele vingertoppen. Dit wordt weersproken door de huisarts en het medisch journaal noemt het niet. De commissie kan niet vaststellen welke van de twee lezingen juist is en in een zodanig geval kan niet worden vastgesteld dat de huisarts op dit punt klachtwaardig heeft gehandeld. In zoverre is de klacht ongegrond. Klaagster verwijt de huisarts tevens dat hij de diabetes van de patiënt verkeerd heeft behandeld. Dit onderdeel van de klacht is gegrond. Vanwege de belaste voorgeschiedenis van de patiënt had het op de weg van de huisarts gelegen om de patiënt actief te volgen en duidelijke afspraken met hem te maken dat als de klachten niet zouden verbeteren met een week, hij terug diende te komen. Een dergelijke afspraak is niet in het journaal. Er is alleen “uitleg” is genoteerd, maar niet wat hij dan heeft uitgelegd of welke afspraken zijn gemaakt. Nu de huisarts niet heeft opgeschreven waaruit zijn onderzoek heeft bestaan, noch een duidelijke follow up heeft afgesproken, heeft de huisarts zijn standpunt dat hij een en ander wel heeft gedaan onvoldoende onderbouwd.

Datum uitspraak: 23-04-2018
Datum publicatie: 02-05-2018
Referentie: 2017 G59

2017 G71 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

De klacht van klager betreft de slechte bereikbaarheid van de praktijk, het moeizaam een afspraak kunnen maken en slechte geleverde zorg/bejegening. Klager heeft ondanks herhaald verzoek daartoe de geschillencommissie geen toestemming gegeven de op de klacht betrekking hebbende medische, verpleegkundige en andere bescheiden, voor zover van belang voor het onderzoek van de klacht, in te zien en op te vragen. De stellingen van klager met betrekking tot de praktijkorganisatie van de huisarts zijn daarmee niet te verifiëren. Dit geldt ook voor de klacht over de slecht geleverde zorg en de bejegening. De lezingen van klager en de huisarts staan lijnrecht tegenover elkaar en er zijn verder geen aanknopingspunten om aan de ene lezing meer waarde toe te kennen dan aan de andere. De klachten kunnen daarom niet gegrond worden verklaard.

Datum uitspraak: 23-04-2018
Datum publicatie: 02-05-2018
Referentie: 2017 G71

2017 G73 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster verwijt de huisarts dat hij zonder toestemming van klaagster vragen beantwoord die zijn gesteld door de advocaat van de ex-partner van klaagster. De commissie acht de klacht gegrond. De hoofdregel dat er geen informatie wordt verstrekt zonder toestemming geldt alleen niet als er sprake is van een wettelijke verplichting of als er sprake is van een conflict van plichten. De commissie is van oordeel dat er in de onderhavige kwestie geen sprake is van een conflict van plichten. De huisarts heeft niet alles in het werk gesteld om toestemming te verkrijgen, maar was de mening toegedaan dat hij de informatie kon verstekken omdat hij ook informatie had verstrekt aan klaagster en omdat er sprake zou zijn van hoor en wederhoor. Er waren geen aanwijzingen dat door het niet verstrekken van informatie sprake was van ernstige schade. Dit klemt temeer omdat klaagster al drie jaar geen patiënt meer was van de huisarts en daarmee ook niet op de hoogte kon zijn wat de situatie tussen klaagster en haar ex-partner was.

Datum uitspraak: 23-04-2018
Datum publicatie: 02-05-2018
Referentie: 2017 G73

2017 G76 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klager is de echtgenoot van de overleden patiënte. Klager vindt dat de huisarts geen goede zorg heeft geleverd aan de patiënte tijdens de laatste dagen van haar leven nadat ze ontslagen was uit het ziekenhuis. De huisarts is op consult geweest en heeft daarover genoteerd in het medisch journaal dat de zorg de familie zwaar valt en “in overleg, opstarten thuiszorg, kijken hoe het gaat. Worden vanmiddag nog terug gebeld door het ziekenhuis, evt heropname.” Daarna is er geen contact meer geweest tussen huisarts en familie. De commissie oordeelt dat de huisarts tekort is geschoten. Huisartsgeneeskundige zorg is continue zorg. De huisarts zorgt voor continuïteit van zorg tijdens ziekte-episodes en gedurende de levensloop. De huisarts werkt samen met andere zorgverleners en zorgt door zijn regierol voor samenhang in de zorg. De huisarts spant zich extra in voor persoonlijke continuïteit als het gaat om patiënten in een palliatieve of terminale fase. Adequate regie heeft ontbroken nu de huisarts niet meer nagetrokken heeft of thuiszorg daadwerkelijk was opgestart of dat heropname nodig was. De klacht is gegrond.

Datum uitspraak: 23-04-2018
Datum publicatie: 02-05-2018
Referentie: 2017 G76

2017 G78 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster is de dochter van de overledene patiënt en patiënte. Klaagster klaagt over het ontbreken van enige steun van de huisarts tijdens de ziekte en bij het overlijden van haar ouders. Omdat de praktijk van de huisarts steeds meer een opleidingspraktijk geworden met praktijkassistentes, ondersteuners en coassistenten was de vaste huisarts veel minder betrokken bij de zorg voor haar beide ouders. De huisarts heeft aangegeven hoe zijn praktijk is georganiseerd en dat er weliswaar niet altijd door hem zelf zorg is verleend, maar dat de zorg die verleend is wel goed was. De commissie kan niet vaststellen dat er inderdaad onvoldoende zorg zou zijn geleverd. Voor zover er geklaagd wordt over gedrag van de praktijkassistentes kan de commissie dit bij de tegenstrijdige lezingen evenmin op juistheid beoordelen. Dit leidt tot een ongegrondheid van de klacht.

Datum uitspraak: 23-04-2018
Datum publicatie: 02-05-2018
Referentie: 2017 G78

2017 G81 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

De klachten hebben betrekking op de houding van de huisarts tegenover klaagster in haar hoedanigheid van een van de twee ouders met gezag over hun minderjarige dochter. Indien er twee gezag dragende ouders zijn dienen zij gezamenlijk de beslissingen te nemen. Als één van beide gezag dragende ouders op het spreekuur verschijnt, mag de arts er vanuit mag gaan dat deze mede namens de andere gezag dragende ouder spreekt, óók als er sprake is van een echtscheiding. Dit is anders als er aanwijzingen voor het tegendeel zijn. Klaagster klaagt erover dat haar geen toestemming is gevraagd voor een behandeling. Die klacht is gegrond, nu de huisarts zelf verklaard op de hoogte te zijn van de moeizame situatie thuis. Er had dus ook uitdrukkelijke toestemming van klaagster gevraagd moeten worden. Klaagster klaagt erover dat aan haar geen inzage in het dossier van haar dochter verstrekt wordt. Ook die klacht is gegrond. Klaagster verzoekt vervolgens toekenning van een schadevergoeding nu zij het contact met haar dochter is verloren waar zij verweerder verantwoordelijk voor houdt. Naar het oordeel van de commissie is er door klaagster onvoldoende causaal verband aangetoond tussen het handelen dan wel nalaten van de huisarts en het verlies van het contact met haar dochter. De gevorderde schadevergoeding wordt daarom afgewezen.

Datum uitspraak: 23-04-2018
Datum publicatie: 02-05-2018
Referentie: 2017 G81

2017 G45 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Patiënt met verstandelijke beperking in beschermde woonvorm. De HAP wordt gebeld in verband met een verdenking van een CVA. De klacht betreft 1) een te trage behandeling (consult U3) en 2) een onjuiste klachtafhandeling. Eerste klacht ongegrond: triagiste heeft telefonisch adequaat onderzoek uitgevoerd aan de hand van het geldende protocol, ook na melding van de verslechtering van de situatie van patiënt. Schadevergoeding afgewezen. Klachtonderdeel 2 gegrond: trage, onzorgvuldige afhandeling van de klacht.

Datum uitspraak: 18-04-2018
Datum publicatie: 02-05-2018
Referentie: 2017 G45

2017 G87 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klager is van mening dat verweerder onterecht het afgeven van een medische verklaring ten behoeve van een gerechtelijke procedure heeft geweigerd. Bij de beoordeling van het handelen in onderhavige klacht is van toepassing de KNMG Richtlijn omgaan met medische gegevens, waarin het afgeven van een medische verklaring door de behandelend arts wordt afgeraden. De behandelrelatie tussen arts en patiënt dient vrij te blijven van belangenconflicten, die mogelijk kunnen spelen bij het al dan niet afgeven van een geneeskundige verklaring. De commissie stelt vast dat verweerder heeft gehandeld overeenkomstig de Richtlijn en acht de klacht van klager dan ook ongegrond.

Datum uitspraak: 16-04-2018
Datum publicatie: 02-05-2018
Referentie: 2017 G87

2017 G40 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klager vindt dat verweerder hem had moeten verwijzen voor het maken van een foto van zijn voet. Vast staat dat verweerder een fractuur heeft gemist. Dat is echter onvoldoende om de klacht gegrond te maken. De klacht is pas gegrond, als vast komt te staan dat de wijze waarop verweerder tot de onjuiste diagnose is gekomen in strijd is met de zorgvuldigheid die van een huisarts mag worden verwacht. Verweerder heeft de voet/enkel van klager adequaat onderzocht en heeft geprobeerd uit te sluiten dat er sprake was van een fractuur. Het door verweerder verrichte onderzoek voldoet aan hetgeen van verweerder verwacht had mogen worden.
De klacht is daarmee ongegrond. De gevorderde schadevergoeding wordt daarmee ook afgewezen.

Datum uitspraak: 06-03-2018
Datum publicatie: 02-05-2018
Referentie: 2017 G40

20180072 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Ongegronde klacht inhoudende dat de huisarts klager heeft gediagnosticeerd als een narcist, terwijl hij daartoe niet bekwaam is, en dat deze een rol heeft gespeeld in het vertrek van klagers ex-echtgenote waardoor het gezin van klager is ontwricht. Dat de huisarts in een brief naar de GGZ heeft geschreven dat klager narcistische trekken vertoont betekent nog niet dat er een diagnose narcistische persoonlijkheidsstoornis is gesteld door de huisarts. Voor het overige zijn de verwijten van klager onvoldoende onderbouwd.

Datum uitspraak: 20-03-2018
Datum publicatie: 29-04-2018
Referentie: 20180072

2017 G51 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Ongegronde klacht over weigering spoedvisite. Assistente heeft op grond van triage-richtlijnen bepaald dat er geen sprake was van zodanige spoedeisendheid dat spoedvisite noodzakelijk was. Huisarts heeft beslissing assistente geaccordeerd.
Klacht over onterecht beëindiging van de behandelovereenkomst gegrond. KNMG richtlijn ‘Niet-aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst’. Geen sprake van zodanige gewichtige reden dat huisarts kon overgaan tot beëindiging van de behandelrelatie, nu niet is te achterhalen en vast te stellen wat precies is gezegd in gewraakte gesprek over geweigerde visite. Zorgvuldigheidseisen niet in acht genomen.

Datum uitspraak: 21-02-2018
Datum publicatie: 26-02-2018
Referentie: 2017 G51

2017 G26 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Ongegronde klacht over het toedienen van een cosmofer (ijzer)injectie door assistente. Huisarts heeft voldoende gewaarborgd dat injecties door de assistente op juiste wijze worden toegediend nu deze injectie is gegeven door een ervaren en gediplomeerde assistente die regelmatig injecties geeft en de techniek van injecteren is vastgelegd in een protocol. Huisarts heeft de chronische pijnklachten na toedienen injecties niet kunnen voorzien en daar klaagster ook niet voor hoeven waarschuwen.

Datum uitspraak: 24-01-2018
Datum publicatie: 20-02-2018
Referentie: 2017 G26

2017 G56 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klager heeft contact opgenomen met de praktijk van de huisarts met toenemende pijnklachten bij de maagstreek en steken bij het hart met het doel de huisarts te zien. Onduidelijk is om welke reden er niet direct een afspraak is gemaakt of waarom er niet later teruggebeld is. Het niet gehonoreerde verzoek om een consult of visite ten gevolge van miscommunicatie binnen de praktijk van de huisarts valt onder diens verantwoordelijkheid. Klager was bekend met nierstenen en gaf ook aan daar zelf aan te denken. In een dergelijk voorkomend geval is het gebruikelijk een afspraak te maken. De huisarts heeft ook erkend dat het niet goed is gegaan rondom de aanvraag van een consult die dag. In zoverre is de klacht gegrond. De commissie is om die reden van oordeel dat het door klager betaalde griffierecht ad € 50,00 ten laste van de huisarts komt.

Datum uitspraak: 12-02-2018
Datum publicatie: 20-02-2018
Referentie: 2017 G56

2017 G44 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klager heeft bij zijn klacht een schadevordering ingesteld die meer bedraagt dan € 25.000,00. Onder verwijzing naar artikel 20 Wkkgz en artikel 7 van het geschillenreglement gaat dit de geschillenprocedure te boven. De geschillencommissie heeft klager niet ontvankelijk verklaard in diens klacht.

Datum uitspraak: 04-01-2018
Datum publicatie: 20-02-2018
Referentie: 2017 G44

2017 G36 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster voelt zich niet serieus genomen door verweerster in haar klachten en had moeten overgaan tot het voorschrijven van vitamine B12 injecties. Voor de beoordeling van deze klacht heeft de geschillencommissie in het bijzonder acht geslagen op de NHG standaard Anemie (bloedarmoede) en op het NHG-Standpunt Diagnostiek van vitamine B12 deficiëntie. Verweerster heeft conform richtlijnen gehandeld en de daarin genoemde onderzoeksmethode en behandelwijze heeft uitgevoerd. Verweerster heeft als een goed hulpverlener gehandeld. Verweerster is niet overgegaan tot het geven van de door klaagster gewenste injecties. Naar het oordeel van de commissie was verweerster daartoe ook niet gehouden omdat het geven van injecties niet was geïndiceerd.
Nu het geschil niet gegrond is wordt de ook gevorderde schadevergoeding afgewezen.

Datum uitspraak: 05-02-2018
Datum publicatie: 12-02-2018
Referentie: 2017 G36

2017 G28 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht over behandeling van terminale kankerpatiënt afgewezen. Behandeling was gericht op comfort, niet meer op genezing dat zinloos medisch handelen zou zijn. Adequate medicatie voorgeschreven. Geen plicht van de huisarts om patiënt in het ziekenhuis op te zoeken; korte duur van de opname, geen verzoek van de familie. Onderzoek van enkele jaren eerder toereikend uitgevoerd.

Datum uitspraak: 08-01-2018
Datum publicatie: 09-01-2018
Referentie: 2017 G28

2017 G25 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Na overlijden patiënt door hartinfarct klacht dat verkeerde diagnose is gesteld door HAIO ongegrond verklaard. Commissie stelt op grond van hetgeen in journaal is vermeld vast dat HAIO patiënt zorgvuldig heeft onderzocht. Uit journaal blijkt niet van klachten die zouden kunnen wijzen op (doorgemaakt) hartinfarct. Lezingen over wat tijdens consult is gezegd verschillen. Empathie huisarts had beter gekund.

Datum uitspraak: 21-12-2017
Datum publicatie: 04-01-2018
Referentie: 2017 G25

2017 G24 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht dat ten onrechte geen lichamelijk onderzoek is verricht gegrond verklaard. De NHG standaard ‘Mictieklachten’ schrijft voor dat bij mannen met mictieklachten onder meer een rectaal toucher verricht dient te worden. Dit is niet gebeurd. De huisarts heeft niet aangegeven op grond waarvan van deze richtlijn is afgeweken. Klacht over te late verwijzing naar uroloog afgewezen nu gezien de aard van de klachten, immers geen retentieklachten, daartoe geen indicatie was. Een directe verwijzing wordt in de NHG standaard niet voorgeschreven.

Datum uitspraak: 11-12-2017
Datum publicatie: 19-12-2017
Referentie: 2017 G24

2017 G29 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Gegronde klacht dat huisarts zonder toestemming informatie over klaagster aan derden heeft verstrekt. Huisarts heeft erkend dat zij informatie over klaagster heeft verstrekt aan de Raad voor de Kinderbescherming, zonder dat zij daarvoor toestemming had van klaagster. Daarnaast heeft de huisarts ingezien dat de verstrekte informatie inhoudelijk onjuist was. KNMG richtlijn ‘Omgaan met medische gegevens’.

Datum uitspraak: 11-12-2017
Datum publicatie: 19-12-2017
Referentie: 2017 G29

2017 G31 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht over afgifte medische verklaring gegrond verklaard. Toetsing aan KNMG richtlijn ‘Omgaan met medische gegevens’. Brief van huisarts aan ex-partner van klaagster welke ook medische informatie over klaagster bevat, zonder toestemming van klaagster. Brief bevat medische verklaring en niet enkel objectieve feitelijke medische informatie.

Datum uitspraak: 12-12-2017
Datum publicatie: 19-12-2017
Referentie: 2017 G31

2017 G35 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster heeft de huisarts verzocht om een verwijzing naar [naam kliniek]. De huisarts heeft een verwijzing naar [naam kliniek] geschreven voor een second opinion. Klaagster vindt dat de huisarts geen verwijzing voor een second opinion had moeten geven. De huisarts stelt dat klaagster nu juist om een verwijzing voor een second opinion had gevraagd. Nu alleen klaagster en de huisars betrokken waren bij de gang van zaken rondom de verwijzing, is niet vast te stellen hoe die gesprekken precies zijn verlopen. De commissie kan dus niet vaststellen dat er klachtwaardig is gehandeld. Klaagster vindt ook dat de huisarts haar onheus heeft bejegend. Daarvoor geldt hetzelfde. De klacht is daarmee ongegrond.

Datum uitspraak: 12-12-2017
Datum publicatie: 19-12-2017
Referentie: 2017 G35

2017 G14 Uitspraak schadevergoeding geschillencommissie Huisartsenzorg

Invloed eigen risico op hoogte schadevergoeding. Bij toewijzing schadevergoeding in verband met door klager betaalde kosten waarvoor klager aansprakelijk is houdt commissie rekening met eerder door zorgverzekering in rekening gebrachte kosten wegens eigen risico.

Datum uitspraak: 11-12-2017
Datum publicatie: 19-12-2017
Referentie: 2017 G14 schadevergoeding

2017 G14 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Val van ladder. Verwijt dat dienstdoende huisarts ten onrechte ambulance naar klager heeft gestuurd gegrond verklaard. Dienstdoende huisarts te star vastgehouden aan ATLS-protocol. Klager is de door hem bij herhaling gewenste mogelijkheid ontnomen om – op eigen risico – met eigen vervoer naar ziekenhuis te gaan. Beslissing over gevorderde schadevergoeding wegens eigen bijdrage kosten ambulancevervoer aangehouden tot na ontvangst nadere stukken.

Datum uitspraak: 11-12-2017
Datum publicatie: 19-12-2017
Referentie: 2017 G14

2017 G19 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

De huisarts heeft klaagster behandeld voor steelwratten onder andere door een aantal aan te stippen met vloeibare stikstof. Klaagster stelt na de ingreep brandvlekken en littekens te ondervinden op de aangestipte plekken. Klaagster is vordert immateriële schade van € 16.500,00, omdat zij verminkt is. De klacht is ongegrond. Het aanstippen van steelwratten met stikstof is een gebruikelijke behandeling is. De vraag is vervolgens of de wijze waarop de behandeling heeft plaatsgevonden correct is. De commissie heeft niet kunnen vaststellen dat dit niet het geval is. De enkele omstandigheid dat brandwonden verschijnen is onvoldoende. Het doel van een dergelijke behandeling is juist het veroorzaken van een brandwondje met een blaar, waarna de blaar geneest en de oneffenheid verdwijnt. Een vaker voorkomende complicatie is dat er een gepigmenteerde vlek ontstaat, zeker bij een iets getinte huid. Juist echter omdat klaagster eerder was behandeld met stikstof met goed resultaat, mocht de huisarts er op vertrouwen dat de behandeling ook deze keer goed zou gaan.

Datum uitspraak: 14-11-2017
Datum publicatie: 17-11-2017
Referentie: 2017 G19

2017 G21 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klager is op een vrijdagmorgen naar de praktijk van de huisarts gegaan met hoofdpijnklachten en ook verschilden zijn pupillen in grootte. Er is geen overleg geweest met de huisarts en evenmin is er iets in het dossier vermeld. De huisarts meent dat de triage door de assistente aan de balie niet goed is verlopen. Zij vindt dat er in elk geval overleg met haar had moeten plaatsvinden over de toestand van klager. Een dergelijk overleg in de toestand waarin klager verkeerde, wel gebruikelijk. De commissie is het hiermee eens en verklaard de klacht gegrond. De commissie stelt vast dat de huisarts na hetgeen klager is overkomen maatregelen heeft getroffen om de praktijkvoering te verbeteren. Of deze afdoende zijn is niet aan de commissie om in deze zaak te beoordelen.

Datum uitspraak: 14-11-2017
Datum publicatie: 17-11-2017
Referentie: 2017 G21

2017 G23 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster is de zus van de overleden patiënte. Patiënte werd gezien door de huisarts met twee klachten. Allereerst had ze koorts en voelde ze zich ziek. Daarnaast had ze ook erge pijn aan haar arm. De huisarts heeft haar onderzocht en geconcludeerd dat er sprake was van een virale bovenste luchtweg infectie en een slijmbeursontsteking. De huisarts heeft paracetamol voorgeschreven en het advies gegeven terug te komen indien er na 1-2 weken geen verbetering optrad. Een dag later is patiënte overleden aan een bloedvergiftiging. De klacht is ongegrond. Hoewel het een uiterst treurig beloop kent kan de huisarts in het doen van onderzoek en zijn op basis daarvan gestelde diagnoses geen verwijt worden gemaakt

Datum uitspraak: 14-11-2017
Datum publicatie: 17-11-2017
Referentie: 2017 G23

2017 G5 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klager vindt dat er sprake is van nalatigheid door hem na een ongeval met zijn scootmobiel niet te onderzoeken, als gevolg waarvan sprake van het missen van een ruptuur. De commissie stelt vast dat klager en verweerder verschillende momenten noemen waarop het ongeluk met de scootmobiel en de consulten daarna zouden hebben plaatsgevonden. Nu de lezingen van klager en verweerder verschillen en er voor de geschillencommissie geen aanleiding is om het standpunt van de een overtuigender of geloofwaardiger te achten dan van de ander of aan de ene lezing meer waarde te hechten dan aan de andere, kan door de geschillencommissie niet met zekerheid worden vastgesteld wanneer de ruptuur is ontstaan en dat verweerder vervolgens nalatig is geweest bij de behandeling daarvan. De commissie verklaart de klacht van klager ongegrond. De gevorderde schadevergoeding wordt daarom afgewezen.

Datum uitspraak: 12-10-2017
Datum publicatie: 16-10-2017
Referentie: 2017 G5

2017 G13 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht dat de huisarts pijnklachten op de borst onvoldoende adequaat heeft behandeld: slechts verwijzing naar psycholoog en fysiotherapeut en geen grondig onderzoek naar hartklachten. Evenmin voldoende contact met patiënt onderhouden. Klacht gegrond: NHG-protocol en aanhoudende klachten in de borststreek hadden reden moeten geven voor meer cardiaal onderzoek. Huisarts had na opname in het ziekenhuis contact met klaagster moeten opnemen, ook i.v.m. haar uitschrijving uit de praktijk.

Datum uitspraak: 13-09-2017
Datum publicatie: 04-10-2017
Referentie: 2017 G13

2017 G8 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster verzocht om doorverwijzing naar handkliniek. Klacht 1 dat huisarts onvoldoende eigen onderzoek had uitgevoerd afgewezen: toereikende diagnose. Klacht 2 stelt dat de verwijsbrief van de huisarts kwetsend is, irrelevante informatie bevat en een inbreuk op haar privacy maakt. Klacht afgewezen: de informatie in de brief is feitelijk en functioneel. Klaagster kon zelf beslissen de brief te gebruiken.

Datum uitspraak: 13-09-2017
Datum publicatie: 04-10-2017
Referentie: 2017 G8

2017 G1 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klacht over ontoereikende behandeling anaal fissuur dochter. Behandeling conform de geldende richtlijn uitgevoerd; arts waakte terecht voor overbehandeling. Gegevens buitenlands onderzoek onvoldoende relevant. Terechte facturering dubbel consult. Klacht ongegrond; schadevergoeding afgewezen.

Datum uitspraak: 13-09-2017
Datum publicatie: 04-10-2017
Referentie: 2017 G1

2017 G7 Uitspraak geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster is van mening dat er bij haar sprake is van irreversible tardieve dyskinesie als gevolg van langdurig gebruik van Risperdal. Klaagster verwijt verweerster dat zij niet actief heeft opgetreden bij het gebruik, niet alert is geweest op diverse klachten die zij in de loop der jaren heeft gehad en die het gevolg zouden kunnen zijn van het gebruik van Risperdal en haar niet heeft verwezen naar bijvoorbeeld een psychiater. De klacht is gegrond. Alleen het voorschrijven van medicatie, zonder klaagster te begeleiden in het oplossen van de onderliggende oorzaken is naar het oordeel van de commissie onvoldoende zorgvuldig. Indien verweerster in 2005 klaagster voornemens was korte tijd Risperdal voor te schrijven, is het niet direct opstarten van een tweede (GGZ) traject verdedigbaar. De commissie kan op basis van haar voorliggende gegevens niet beoordelen of het voorschrijven in 2006 onterecht was. Toen echter bleek dat er sprake zou gaan zijn van langdurig gebruik, had verweerster naar het oordeel van de commissie in elk geval op dat moment wel een tweede traject naast het enkel voorschrijven van medicatie moeten opstarten. Door daartoe niet over te gaan er geen sprake is geweest van een adequaat opvolgbeleid. De gevorderde schadevergoeding wordt afgewezen. Onvoldoende is komen vast te staan dat een actiever beleid van verweerster geleid zou hebben tot eerder stoppen met het gebruik van Risperdal. Nu ook niet vast staat dat die klachten er niet zouden zijn geweest bij een eerder stoppen van het gebruik, is er een onvoldoende causaal verband tussen de gegrond verklaarde klacht en de gevorderde schade

Datum uitspraak: 11-09-2017
Datum publicatie: 04-10-2017
Referentie: 2017 G7