Eerste uitgifte gesprek óók bij gepensioneerd apotheker

Klager stelt dat het EU-gesprek niet met hem gevoerd hoeft te worden omdat hij gepensioneerd apotheker is. De commissie begrijpt deze stelling zo dat klager van mening is dat hij als oud-apotheker nog over voldoende kennis beschikt en dit gesprek daarom niet nodig heeft voor een veilig en effectief gebruik van het medicijn. De commissie volgt klager niet in zijn stellingname. Klager is geen collega-apotheker, maar gepensioneerd apotheker. Daarnaast is het zo dat de beoordeling door een apotheker of het begeleidingsgesprek achterwege kan blijven, niet alleen afhangt af van het kennisniveau van een patiënt. De commissie overweegt dat de positie van klager als werkzame apotheker een wezenlijk andere positie was dan de rol van klager als gepensioneerd apotheker en als patiënt die zelf medicatie gaat gebruiken. In een begeleidingsgesprek kan door de apotheek met meer professionele distantie naar de medicatieverstrekking worden gekeken dan door klager zelf. Een ander aspect waarmee een apotheker rekening moet houden bij de beoordeling van de vraag of een begeleidingsgesprek achterwege kan blijven is de lichamelijke en/of geestelijke toestand van een patiënt. Die kan immers op enig moment veranderen op grond waarvan de patiënt de medicatievoorziening (tijdelijk) niet meer overziet. Op verweerster rust op dit punt een zelfstandige zorgplicht en zij is als zorgaanbieder eindverantwoordelijk voor een veilige terhandstelling van een medicijn (met of zonder begeleidingsgesprek) aan de patiënt- ook indien dit een gepensioneerd apotheker is.

Datum uitspraak: 20-05-2025
Datum publicatie: 03-03-2026
Referentie: 20250002 Uitspraak geschillencommissie Openbare Apotheken
Categorieën: Medicijnen | Informatie over onderzoek/behandeling

Apotheek hoeft huisarts niet te bellen als een recept nog niet direct is ontvangen

Klager wilde Locoid ophalen bij de apotheek. Het recept was echter nog niet door de apotheek ontvangen toen klager in de apotheek kwam. De commissie overweegt dat dat geen ongebruikelijke gang van zaken is. Doorgaans worden recepten door huisartsen klaargezet en opgespaard om in de loop van de dag naar de apotheek te worden gestuurd. Er gaat dus altijd tijd overheen, een termijn van twee uur is zeer gebruikelijk. De zorgplicht van de apotheek reikt niet zo ver dat per direct gebeld moet worden als het recept nog niet ontvangen is. Als klager van mening was dat er meer haast bij was, dan kon hij zelf zijn huisarts bellen. Dit is niet onzorgvuldig, er was ook geen sprake van een levensbedreigende situatie.
Klager heeft gesteld dat de apotheek in latere communicatie tegenstrijdige informatie heeft verstrekt over de ontvangsttijd van het recept. Welke tegenstrijdige informatie de apotheek zou hebben verstrekt, is voor de commissie niet duidelijk geworden. De commissie ziet dan ook niet in dat de apotheek van verweerster niet aan haar informatieplicht heeft voldaan. Aan klager is direct aangegeven dat het middel Locoid waar klager om verzocht, niet op voorraad was. Dat de medewerker meteen, dus zonder dat het recept ontvangen was, heeft gekeken of de medicatie op voorraad was, beoordeelt de commissie als een transparante en patiëntgerichte handelwijze. Aan klager is de suggestie gedaan om met de huisarts te overleggen over alternatieve medicatie.
De apotheek was in eerste instantie in afwachting van het recept. Ondertussen heeft de apotheek klager laten weten het middel Locoid op dat moment niet in huis te hebben. Aan klager is daarbij de suggestie gedaan om met zijn huisarts over alternatieve medicatie te overleggen. Deze communicatie was naar het oordeel van de commissie adequaat. Op het moment dat het recept was ontvangen (later die ochtend), heeft de apotheek niet afgewacht maar zich ingespannen om het middel Locoid toch dezelfde dag nog aan klager te kunnen leveren. De apotheek heeft daarvoor zelfs naar een andere apotheek gebeld. Toen bleek dat de andere apotheek Locoid op voorraad had en verweersters apotheek dit middel dus aan klager kon leveren. Er was toen voor de apotheek geen aanleiding meer om naar alternatieve medicatie te zoeken. De medicatie was inmiddels immers toch leverbaar. Klager heeft de medicatie niet meer afgehaald. Deze situatie kan verweerster niet worden aangerekend. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.

Datum uitspraak: 08-07-2025
Datum publicatie: 03-03-2026
Referentie: 20250017
Categorieën: Medicijnen | Regie/coördinatie van de zorg | Informatie over onderzoek/behandeling

Informatieplicht van de apotheker

Het middel venlafaxine 5 mg tabletten zonder vertraagde afgifte is geleverd zonder bijsluiter en met niet-werkende QR-code. De apotheker erkent dit. Op de apotheker rust een informatieplicht, daaraan is niet voldaan. Het klachtonderdeel is gegrond.
Het middel venlafaxine is niet leverbaar met vertraagde afgifte. De apotheker heeft overlegd met de huisarts van klager, waarna besloten is dat klager het middel kon innemen in één doses, zonder vertraagde afgifte. Dit is zorgvuldig handelen geweest van de apotheker. Dit klachtonderdeel is ongegrond. Dat dit niet bij uitgifte van het middel ook met klager is besproken, had wel gemoeten. Dit klachtonderdeel is in zoverre gegrond.
Klager geeft aan dat hem niet verteld is dat een deel van de medicatie zou worden nageleverd. De commissie was niet aanwezig bij de terhandstelling en kan niet vaststellen of dit aan klager is uitgelegd, om die reden is het klachtonderdeel ongegrond.
De commissie stelt vast dat de communicatie tussen partijen op zijn zachtst gezegd niet goed verlopen is. Klager legt de volledige verantwoordelijkheid van de escalatie bij de apotheker. De commissie acht dat niet geloofwaardig. De apotheker heeft zich lerend opgesteld en ook nog een gesprek aangeboden. Deze klachtonderdelen zijn ongegrond.

Datum uitspraak: 22-12-2025
Datum publicatie: 03-03-2026
Referentie: 20250127
Categorieën: Medicijnen | Bejegening/communicatie | Informatie over onderzoek/behandeling

Kosten voor medicatie veel hoger dan verwacht

Klaagster kreeg in 2023 Nifedipine 5 mg uitgereikt van de apotheek. Vier maanden later kreeg zij een rekening van haar zorgverzekeraar. Klaagster is verzekerd en de rekening voor de medicijnen wordt rechtstreeks naar de zorgverzekeraar gestuurd. Klaagster moest een deel van de kosten voor de medicijnen, die binnen haar eigen risico vielen, zelf betalen. Klaagster vindt dat de apotheek haar vooraf had moeten wijzen op deze kosten.

Nifedipine is een stofnaam van de actieve stof in het geneesmiddel. Er zijn verschillende fabrikanten die die dit op de markt brengen. Op het moment dat klaagster een recept voor Nifedipine 5 mg inleverde bij de apotheek, was er in Nederland geen ander geregistreerd middel voor Nifedipine 5 mg beschikbaar. Maar volgens het besluit van de IGJ - Aflevering alternatieven voor ‘Nifedipine 5 mg capsules’ tijdelijk toegestaan -, van 14 oktober 2022, mocht het middel in het buitenland worden gehaald. Dat heeft de apotheker gedaan, waardoor klaagster toch haar medicatie kreeg. Omdat de medicatie het buitenland moest worden gehaald, zijn de kosten vaak veel hoger dan medicatie van een Nederlandse fabrikant.

De commissie oordeelt dat nergens staat vermeld dat de apotheek patiënten moet wijzen op de kosten die vallen onder de verzekerde zorg. Alleen als de patiënt hier zelf om vraagt en dat heeft klaagster niet gedaan. De apotheek kan niet van iedere patiënt weten wat de hoogte is van het eigen risico en of dit al in dat jaar is opgemaakt. De commissie is van oordeel dat de apotheker heeft gehandeld zoals mag worden verwacht van een redelijk handelend en redelijk bekwam vakgenoot. De klacht van klager is ongegrond.

Voor een vergelijkbare uitspraak zie 20230060

Datum uitspraak: 12-02-2024
Datum publicatie: 04-04-2024
Referentie: 20230131
Categorieën: Medicijnen | Informatie over onderzoek/behandeling

Onvrede over service

Service onvoldoende
Klaagster heeft haar klacht over de serviceverlening niet genoeg duidelijk gemaakt. Daarmee kan de commissie niet beslissen of verweerder goed heeft gehandeld. De commissie acht dit klachtonderdeel ongegrond. Daarnaast merkt de commissie nog op dat klaagster haar klacht niet heeft besproken met verweerder. Verweerder heeft daardoor ook niet de kans gehad om naar een oplossing te zoeken.

Geen informatie over ander merk medicatie
Klaagster weigerde de medicatie aan te nemen die haar werd aangeboden door de apotheek. Het was een ander merk dan op haar recept stond vermeld. Toen zij dit meldde in de apotheek, werd haar uitgelegd dat het dezelfde medicatie was, maar dan van een ander merk. De commissie oordeelt dat bij een tekort van bepaalde medicijnen er een geneesmiddel van een ander merk kan worden verstrekt. Het was beter geweest als verweerder de medicatie met bijvoorbeeld een begeleidend schrijven aan klaagster had aangeboden. Klaagster heeft echter kort na de ontvangst van de medicatie alsnog uitleg gehad van verweerder. De commissie oordeelt dat verweerder hiermee niet onzorgvuldig heeft gehandeld. Zij acht dit klachtonderdeel ongegrond.

Onterechte uitschrijving uit apotheek
Klaagster had zelf tegen verweerder gezegd dat zij de behandelrelatie wilde verbreken. Dit staat ook zo in het apothekersdossier. Deze aantekening is voor de commissie belangrijk omdat deze kort na de gebeurtenis is opgesteld. Voor de commissie staat voldoende vast dat de behandelrelatie eindigde en klaagster werd uitgeschreven bij de apotheek van verweerder. De klacht is ongegrond.

Datum uitspraak: 15-06-2023
Datum publicatie: 05-09-2023
Referentie: 20230028
Categorieën: Niet ontvankelijk | Informatie over onderzoek/behandeling | Beëindiging arts - patiëntrelatie

Onduidelijkheden over het begeleidingsgesprek

Het betreft een complexe klacht, bestaande uit diverse onderdelen, die alle gerelateerd zijn aan (de kosten van) het begeleidingsgesprek. Zo’n begeleidingsgesprek vindt plaats bij een eerste uitgifte van medicatie en bij medicatie die langer dan een jaar geleden is verstrekt, en dan wanneer de medicatie aan de patiënt wordt meegegeven. De apotheker beoordeelt of een begeleidingsgesprek nodig is. Een patiënt kan een begeleidingsgesprek ook weigeren, maar dan is het aan de apotheker of hij deze medicatie al dan niet meegeeft aan de patiënt. De kosten voor het begeleidingsgesprek mogen alleen in rekening worden gebracht als het gesprek ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

In deze specifieke klacht verwijt klager aan de apotheker:
1. Dat zij begeleidingsgesprekken in rekening brengt, terwijl die volgens hem niet zijn gevoerd. De commissie acht deze klacht ongegrond, omdat zij de feiten die aan deze bewering ten grondslag liggen, niet kan vaststellen.
2. Dat hij niet geïnformeerd is over de verhoging van de prijzen voor de terhandstelling en het begeleidingsgesprek nieuw UR-geneesmiddel. Klager is verzekerd bij een zorgverzekeraar waarmee verweerster een contract heeft. Toch berekent de apotheker niet het tarief dat is afgesproken met de zorgverzekeraar, maar het hogere tarief van de standaardprijslijst dat alleen van toepassing is op ‘niet-verzekerde consumenten en op consumenten waarvan de ziektekostenverzekeraar geen contract heeft afgesloten met de betreffende zorgaanbieder’. Naar het oordeel van de commissie had de apotheker in de gegeven context het tarief, afgesproken tussen haar en de zorgverzekeraar, in rekening moeten brengen. De commissie acht dit klachtonderdeel gegrond.
3. Dat op de nota alleen ‘code 97’ staat vermeld voor de ter handstelling en begeleidingsgesprek. De commissie oordeelt dat de nota duidelijk en begrijpelijk moet zijn voor een patiënt en dat de apotheker de titel van de prestatiebeschrijving had moeten vermelden. Zij acht dit klachtonderdeel gegrond.
4. Dat zij patiënten niet vooraf informeert dát er een begeleidingsgesprek gaat plaatsvinden en welke tarief daarvoor wordt berekend. De commissie oordeelt dat het praktisch niet uitvoerbaar is om aan iedere patiënt te vertellen dát er een begeleidingsgesprek gaat plaatsvinden. De poster met de geldende zorgtarieven en de vermelding op de website volstaan. De commissie acht deze klacht ongegrond.
5. Dat hij niet wordt ingelicht over afspraken die gemaakt zijn tussen de apotheek en zijn zorgverzekeraar. Ook is hem niet duidelijk of de apotheker een contract heeft met zijn zorgverzekeraar. De commissie oordeelt dat klager formeel geen partij is bij de afspraken die zijn gemaakt tussen zijn zorgverzekeraar en de apotheek van verweerster. De onduidelijkheid over de contractrelatie is te wijten aan een miscommunicatie bij de zorgverzekeraar, waardoor de apotheek niet in de zorgzoeker werd vermeld. De commissie oordeelt dat verweerster hier niets aan kan doen, en acht dit klachtonderdeel ongegrond.

Datum uitspraak: 15-02-2023
Datum publicatie: 09-03-2023
Referentie: 20220105
Categorieën: Medicijnen | Informatie over onderzoek/behandeling | Organisatorisch | Bejegening/communicatie

20210102 Uitspraak geschillencommissie Openbare Apotheken

Klager is bij de afgifte van zijn medicatie niet door verweerster geïnformeerd over de mogelijke kosten daarvan voor hem.
Klager verwijt verweerster in de kern samengevat:

1. dat verweerster klager medicijnen heeft afgegeven zonder hem te informeren over de kosten daarvan;
2. dat klager werd geconfronteerd met hoge incassokosten en een deurwaarder;
3. dat verweerster in strijd heeft gehandeld met de WGBO (met de bepalingen betreffende de geneeskundige behandelingsovereenkomst van 7.7.5 BW)
4. dat verweerster ten onrechte/onrechtmatig persoonlijke informatie van klager met derden (naam factoringmaatschappij en de deurwaarder) heeft gedeeld;
5. dat verweerster in strijd heeft gehandeld met het gelijkheidsbeginsel en non-discriminatiebeginsel.
De commissie oordeelt als volgt.
Klachtonderdeel 1
Verweerster heeft aan klager bevestigd dat hij bij de afgifte van zijn medicatie abusievelijk niet is geïnformeerd over de mogelijke kosten daarvan voor hem indien de medicatie niet door zijn zorgverzekeraar zou worden vergoed. Verweerster heeft hiermee in strijd heeft gehandeld met de KNMP richtlijn ter handstellen (medicatie). Verweerster had klager actief moeten informeren over het niet vergoeden van de medicatie door de zorgverzekeraar en de kosten die daardoor voor zijn eigen rekening komen. Nu verweerster dit niet heeft gedaan heeft verweerster wat dit betreft niet gehandeld zoals van een redelijk handelend apotheker onder gelijke omstandigheden mag worden verwacht. Dit klachtonderdeel is gegrond.
Klachtonderdeel 2
Op grond van de artikelen 5 tot en met 14 van de betalingsvoorwaarden van de algemene voorwaarden van [naam] Apotheken B.V. was verweerster gerechtigd betaling van de medicatie van klager te verlangen. Verweerster heeft haar debiteurenbeheer uit handen gegeven aan [naam factoringmaatschappij]. Na het versturen van meerdere rekeningen en betalingsherinneringen is de deurwaarder bij klager verschenen. Onder iedere rekening is vermeld dat klager contact op kan nemen met [naam factoringmaatschappij] voor mogelijke vragen. De commissie overweegt dat van klager een eigen verantwoordelijkheid mag worden verwacht om contact op te nemen met de apotheek of met [naam factoringmaatschappij] na ontvangst van vele betalingsherinneringen en dreigende incassomaatregelen. Klager heeft dit kennelijk pas na anderhalf jaar, in augustus 2021, gedaan. De commissie is van oordeel dat het daarmee niet aan verweerster te verwijten is dat de incassokosten zo hoog zijn opgelopen.
Klachtonderdeel 3
Aan klager is geen medicatie of zorg onthouden. Dat klager niet geïnformeerd is over mogelijke kosten voor zijn medicatie betekent niet dat de bepalingen betreffende de geneeskundige behandelingsovereenkomst zijn overtreden en verweerster zich niet als een redelijk handelend zorgverlener heeft gedragen.
Klachtonderdeel 4
Verweerster heeft haar debiteurenbeheer overgedragen aan een factoringmaatschappij. Het gebruik van (medische) persoonsgegevens door factoringmaatschappijen is toegestaan onder de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming). Dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond.
Klachtonderdeel 5
Klager stelt dat verweerster -kennelijk- normaliter andere patiënten wel informeert over mogelijke kosten van medicatie en is van mening dat hij daarmee niet gelijk aan andere patiënten is behandeld waarmee sprake is van discriminatoir gedrag van verweerster jegens hem. Klager heeft deze stelling onvoldoende onderbouwd, aangetoond, of toegelicht. De commissie heeft anderszins evenmin aanwijzingen gevonden die het verwijt van klager ondersteunen. Ook dit klachtonderdeel wordt ongegrond verklaard.
Omdat klager ten aanzien van klachtonderdeel 1 in het gelijk is gesteld bepaalt de commissie dat verweerster het door klager betaalde griffierecht aan hem dient te vergoeden.

Datum uitspraak: 30-06-2022
Datum publicatie: 26-07-2022
Referentie: 20210102
Categorieën: Medicijnen | Informatie over onderzoek/behandeling | Beroepsgeheim/privacy

20210092 Uitspraak geschillencommissie Openbare Apotheken

Klaagster verwijt verweerster dat zij haar het specialité (merkmiddel) Aerius vanaf september 2021 niet meer zonder betaling van klaagster wil verstrekken, ondanks de vermelding op de recepten van haar huisarts dat er sprake is van een medische noodzaak. Klaagster stelt bijwerkingen te ondervinden van het vervangende generieke middel dat zij al in 2014 en 2015 heeft gebruikt. Klaagster heeft astmatische klachten.
Verweerster heeft toegelicht dat klaagster op grond van afspraken met de zorgverzekeraar eerst het generieke geneesmiddel diende te proberen alvorens haar het merkgeneesmiddel Aerius ten laste van haar zorgverzekeraar kon worden verstrekt. Klaagster heeft verweerster op de hoogte gebracht van het feit dat zij het generiek eerder had geprobeerd en dat dit tot een verergering van haar klachten, rode plekken en jeuk had geleid. Uit het medisch dossier van klaagster blijkt dat aan haar in 2014 tweemaal voor 30 dagen en in 2015 éénmaal voor 90 dagen het generiek Desloratadine is voorgeschreven. Verweerster heeft in reactie daarop te kennen gegeven: “Uit deze informatie kan ik slechts afleiden dat 3 x het generiek is voorgeschreven. Heeft mevrouw toen ook generiek gebruikt?”
De commissie is van oordeel dat verweerster te lichtvaardig heeft aangenomen dat geen sprake kon zijn van een medische noodzaak. Uit het pharmaceutisch dossier van klaagster blijkt dat verweerster slechts telefonisch contact heeft gehad met de assistente van de huisarts van klaagster maar niet met de huisarts zelf. Gelet op de aard van de aandoening van klaagster en het feit dat het generiek al eerder aan haar was voorgeschreven had het op de weg van verweerster gelegen om gedegen nader onderzoek te doen, onder meer naar patiëntgebonden factoren, zoals allergie of intolerantie tegen bepaalde hulpstoffen, om de medische noodzaak te toetsen. Nu verweerster dit niet heeft gedaan is de commissie van oordeel dat verweerster de weg naar het verstrekken van het generiek in plaats van het specialité niet zorgvuldig heeft bewandeld en daarmee niet heeft gehandeld zoals van een redelijk handelend apotheker onder gelijke omstandigheden mag worden verwacht. De commissie verklaart de klacht gegrond en bepaalt dat verweerster het door klaagster betaalde griffierecht aan haar dient te vergoeden.

Datum uitspraak: 09-05-2022
Datum publicatie: 23-06-2022
Referentie: 20210092
Categorieën: Medicijnen | Onderzoek/Behandeling | Informatie over onderzoek/behandeling

20210078 Uitspraak geschillencommissie Openbare Apotheken

Klager verwijt verweerster dat zij, ondanks herhaaldelijk verzoek, geen overleg heeft gevoerd met de voorschrijvend arts over de vermelding “medische noodzaak” op het recept tot verstrekking van het specialité (merkmiddel) Crestor. Voorts verwijt klager verweerster dat zij ondanks herhaald verzoek niet schriftelijk heeft gereageerd op de door hem geuite klachten.
De commissie oordeelt als volgt.
Klachtonderdeel 1
Onweersproken is dat klager verweerster op 17 april 2020 voor het eerst en vervolgens bij herhaling heeft verzocht contact op te nemen met de voorschrijvend artsen van de patiënte om hen te raadplegen over de medische noodzaak tot verstrekking van het specialité Crestor. Uit het medisch dossier van de patiënte bleek voorts dat haar in 2018 een generieke variant van Crestor was geleverd. Verweerster heeft gesteld dat “zij dat naar alle waarschijnlijkheid niet heeft gebruikt omdat een dag later weer Crestor aan haar is terhandgesteld”. Een toelichting voor deze aanname heeft verweerster niet verstrekt. De commissie overweegt dat het herhaalde verzoek van klager en het eerder verstrekken van het generiek aan de patiënte voor verweerster aanleiding hadden moeten geven om vooraf contact op te nemen met de voorschrijvend artsen van de patiënte. Verweerster heeft erkend en bevestigd dat zij dit pas heeft gedaan nádat klager onderhavige klacht had ingediend. De commissie is dan ook van oordeel dat verweerster de weg naar het verstrekken van het generiek in plaats van het specialité niet zorgvuldig heeft bewandeld en daarmee niet heeft gehandeld zoals van een redelijk handelend apotheker onder gelijke omstandigheden mag worden verwacht. De commissie verklaart dit klachtonderdeel gegrond.
Klachtonderdeel 2
De commissie overweegt dat onweersproken is dat partijen op 20 november 2020 een gesprek hebben gevoerd in de apotheek van verweerster. De klachten van klager en de patiënte zijn toen besproken. De commissie is van oordeel dat verweerster niet gehouden kan worden hetgeen zij mondeling aan klager had toegelicht nogmaals schriftelijk te bevestigen. De commissie verklaart dit klachtonderdeel ongegrond.
Omdat klager ten aanzien van klachtonderdeel 1 in het gelijk is gesteld bepaalt de commissie dat verweerster het door klager betaalde griffierecht aan hem dient te vergoeden.

Datum uitspraak: 16-05-2022
Datum publicatie: 08-06-2022
Referentie: 20210078
Categorieën: Medicijnen | Onderzoek/Behandeling | Informatie over onderzoek/behandeling | Medisch dossier

20200100 Uitspraak geschillencommissie Openbare Apotheken

Klager verwijt verweerder 1. dat hij niet is gewezen op een volledig identiek middel dat wel werd vergoed voor de door verweerder geleverde en aan klager in rekening gebrachte ADHD-medicatie dexamfetamine 2.5 mg; 2. dat hij gedurende zes maanden deze medicatie heeft ontvangen en niet tijdig is geïnformeerd dat deze niet door zijn zorgverzekeraar werd vergoed; hij ontdekte dit pas na 6 maanden toen hij een factuur van € 689,03 ontving.
Ad 1. Voordat klager zich tot verweerder wendde, gebruikte hij Amfexa 5 mg maar hij kreeg hier buikpijnklachten van. Hij heeft daarop een recept voor dexamfetamine in tabletten van 2.5 mg voorgeschreven gekregen. Van het bestaan vóór 1 juli 2020 van een door [naam zorgverzekeraar] vergoed alternatief voor dexamfetamine in tabletten van 2.5 mg, is niet met zekerheid gebleken. Mogelijk heeft een alternatief bestaan in de vorm van de FNA magistrale bereiding maar dat deze daadwerkelijk verkrijgbaar was, is uit hetgeen partijen hebben aangevoerd niet vast te stellen. Halverwege 2020 kwam het middel Tentin 5 mg op de markt; een geschikt bevonden alternatief voor dexamfetamine 2.5 mg omdat de tabletten in tweeën deelbaar zijn. De commissie oordeelt dat verweerder niet kan worden verweten dat hij begin januari 2020 klager niet op het bestaan van een ander, identiek en wél vergoed middel heeft gewezen of dit heeft aangeboden. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Ad 2. Samenvattend oordeelt de commissie dat een apotheker die “op afstand” contracteert en levert zich net als alle apothekers heeft te verhouden tot het Handvest van de apotheker en de richtlijnen Ter hand stellen, waaruit voortvloeit dat de apotheker passende begeleiding en duidelijke uitleg aan de patiënt geeft, ook over de al dan niet vergoeding door de zorgverzekeraar. Verweerder heeft deze onvoldoende geboden. Dit klachtonderdeel is gegrond.
De vraag is vervolgens welke schade klager door dit tekortschieten van verweerder heeft geleden. Deze vraag laat zich niet exact beantwoorden. De schade is niet gelijk aan de koopprijs omdat klager de gekochte medicijnen heeft gebruikt en daarvan dus enig profijt heeft gehad, dat op de schadevergoeding in mindering strekt maar waarvan de omvang niet is vast te stellen. De schade kan ook niet gelijk worden gesteld aan het verschil tussen de betaling van klager aan verweerder en het bedrag (mogelijk nihil) dat hij zou hebben betaald aan een andere apotheker als hij daar zijn medicijnen (al dan niet met vergoeding door de verzekeraar, al dan niet met een eigen bijdrage) zou hebben gekocht. Daarover hebben partijen onvoldoende gesteld. Artikel 6:97 BW bepaalt: De rechter begroot de schade op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is. Kan de omvang van de schade niet nauwkeurig worden vastgesteld, dan wordt zij geschat. De commissie schat de schade van klager op de helft van de betaalde koopprijs, afgerond € 345,00 en zal verweerder veroordelen tot betaling van dat bedrag.

Datum uitspraak: 21-04-2021
Datum publicatie: 23-06-2021
Referentie: 20200100
Categorieën: Medicijnen | Informatie over onderzoek/behandeling

20190135 Uitspraak geschillencommissie Openbare Apotheken

Klager verwijt verweerster dat zij hem zonder betaling alleen het generieke middel salbutamol wil verstrekken in plaats van het merkgeneesmiddel Ventolin, terwijl de huisarts ‘medische noodzaak’ op het recept heeft vermeld. De zorgverzekeraar is bereid de kosten van Ventolin terug te betalen.
Het gaat in deze zaak om het substitutiebeleid. Kort samengevat is het oogmerk van het beleid en de regelgeving om de kosten van geneesmiddelenverstrekking te beperken. Als zich een medische noodzaak voordoet kan het merkmiddel (specialité) of het door de arts voorgeschreven specifieke middel worden vergoed, bijvoorbeeld als de patiënt een bekende allergie tegen de gebruikte hulpstoffen heeft. De uitzondering moet worden onderbouwd door de voorschrijvend arts, te weten dat het preferente middel medisch onverantwoord is. In de relatie tussen de zorgverzekeraar en de patiënt heeft de verzekeraar de bevoegdheid om het specialité niet te vergoeden, tenzij er sprake is van een medische noodzaak. De eindbeoordeling van de medische noodzaak legt de verzekeraar niet bij de arts, maar bij de apotheker als geneesmiddelspecialist.
De commissie is van oordeel dat verweerster in deze zaak mocht weigeren om Ventolin zonder betaling door klager te verstrekken. Verweerster heeft het laatste woord in de beoordeling of er sprake is van medische noodzaak. Zij heeft hierin zorgvuldig gehandeld door een gesprek met klager en de voorschrijver te voeren en uitleg te geven. Ook heeft zij kennisgenomen van het medicatiedossier van klager. Onbetwist is dat klager het generieke middel salbutamol zonder problemen van 2014 tot 2017 heeft gebruikt. Dat de exacerbaties van de astma van klager zijn ontstaan ten gevolge van het gebruik van salbutamol staat onvoldoende vast. Hetzelfde geldt voor andere door klager gestelde negatieve effecten van salbutamol. Klager heeft niet onderbouwd allergisch voor salbutamol te zijn. De commissie acht de klacht ongegrond.

Datum uitspraak: 11-03-2020
Datum publicatie: 18-03-2020
Referentie: 20190135
Categorieën: Medicijnen | Onderzoek/Behandeling | Medisch dossier | Informatie over onderzoek/behandeling

20190012 Uitspraak geschillencommissie Openbare Apotheken

Klaagster verwijt verweerster dat zij haar zoon medicatie heeft verstrekt die niet geschikt is voor kinderen: klagers zoon heeft veel klachten ten gevolge van het gebruik van die medicatie. Voor de beoordeling van deze klacht heeft de commissie in het bijzonder acht geslagen op de KNMP-handleiding geneesmiddelensubstitutie uit september 2018. Klaagsters zoon gebruikte het spécialité Flixotide. Op 13 augustus 2018 kreeg klaagsters zoon het generieke middel Fluticason geleverd (Vincion). In november 2018 is aan klaagsters zoon opnieuw Flixotide geleverd, omdat verweerster toen was gebleken dat Fluticason niet was geregistreerd voor kinderen. Nu Fluticason niet was geregistreerd voor kinderen, staat vast dat de verkeerde medicatie is afgeleverd aan (de zoon van) klaagster. Het is te begrijpen dat verweerster zich niet heeft gerealiseerd dat Fluticason niet was geregistreerd voor kinderen, omdat het middel op de preferentielijst van een aantal verzekeraars staat. Die lijsten maken geen onderscheid tussen kinderen of volwassenen. De commissie is echter van oordeel dat het desondanks tot het professionele domein van verweerster behoort om ervoor zorg te dragen dat medicatie die nog niet is geregistreerd voor kinderen ook niet af te leveren. In zoverre is de klacht van klaagster gegrond.De commissie is verder van oordeel dat het besluit tot substitutie over te gaan niet op zorgvuldige wijze is uitgevoerd. Bij inhalatiemedicatie dient op individuele basis afgewogen te worden of substitutie mogelijk is. Een factor die meeweegt in die afweging is bijvoorbeeld of er sprake is van een kind. Daarbij adviseert de LAN inhalatiemedicatie niet te substitueren bij personen onder 18 jaar. Ook dient overleg met de patiënt en de behandelaar plaats te vinden. De gevorderde schadevergoeding wordt afgewezen bij gebrek aan voldoende onderbouwing.

Datum uitspraak: 04-06-2019
Datum publicatie: 23-07-2019
Referentie: 20190012
Categorieën: Onderzoek/Behandeling | Medicijnen | Informatie over onderzoek/behandeling

20180024 Uitspraak geschillencommissie Openbare Apotheken

Klachten: 1) apotheker heeft ten onrechte medicatie voor een maand i.p.v. voor 3 maanden verstrekt. 2) apotheker wilde specialité door generiek middel vervangen. 3) apotheker heeft zonder toestemming contact met de zorgverzekeraar van patiënt opgenomen. Klacht 1 gegrond: erkenning dat apotheker de voorwaarden van de zorgverzekeraar onjuist heeft geïnterpreteerd. Klacht 2 deels gegrond: feitelijk heeft na protest van patiënt geen substitutie plaatsgehad. Preferentiebeleid van de zorgverzekeraars op zich geldend, maar grondige informatie aan patiënt is noodzakelijk; hier onvoldoende gedaan. Klacht 3 ongegrond: apotheker mag overleg met de zorgverzekeraar voeren mits geanonimiseerd, ook om kosten voor patiënt te voorkomen. Schadevergoeding afgewezen: klager heeft de spécialité steeds geleverd gekregen. Wel gedeeltelijke vergoeding van het griffierecht.

Datum uitspraak: 14-11-2018
Datum publicatie: 15-11-2018
Referentie: 20180024
Categorieën: Medicijnen | Beroepsgeheim/privacy | Informatie over onderzoek/behandeling